Verkeersveiligheidswijzer voor ouders
Zelf op weg: zo leren ze dat
Voordat een kind zonder begeleiding met de fiets over straat kan, is er een lange periode van oefenen aan vooraf gegaan.
Het is daarom belangrijk om uw kind in groep 3 en 4 steeds een beetje meer ‘fietsverant-woordelijkheid’ te geven. Oefen eerst de motorische vaardigheden. Kan uw kind zonder nadenken fietsen? Dan is het tijd voor een verkeerstraining.
Eerst de basisregels over het verkeer
U heeft ze vast ook van uw ouders geleerd, die basisregels die elke beginnende verkeersdeelnemer krijgt ingeprent: ‘Eerst links kijken, dan rechts en weer links. Oversteken!’
Of: ‘Nu wachten tot het rode licht op groen gaat.’of: ‘Eerst achterom kijken voor je linksaf slaat.’het is handig om een tijdje hardop te zeggen wat u precies doet in het verkeer. Dan pikt uw kind de basisregels vanzelf goed op.
Zelf onderweg zijn
Door zelf ‘de weg op te gaan’, krijgen kinderen meerruimtelijk inzicht. Alle reden dus om uw zoon of dochter in groep 3 en 4 zo vaak mogelijk, onder begeleiding van u, te laten oefenen in het verkeer. Dat is uitstekend voor zijn of haar ontwikkeling. Wel is het belangrijk om het verkeer niet ingewikkelder te maken dan het al is. Het herhalen van de basisregels staat in deze fase bovenaan. Hierbij draait het erom dat uw kind zich bewust wordt van de andere weggebruikers: ze moeten leren goed om zich heen te kijken en te letten op wat andere mensen doen.
Hoe u dat bewustzijn kunt vergroten? Door onderweg zo nu en dan een vraag aan uw kind te stellen. Wat gaat die auto doen die zijn knipperlicht heeft aangezet? En wat betrekt het als je bij een stilstaande vrachtauto een piepend geluid hoort? Hout er wel rekening mee dat kinderen hun omgeving anders zien dan een volwassene: ze zitten letterlijk ‘lager’.
Voor de veiligheid: een fietshelm
Kinderen zijn kwetsbaar in het verkeer. Ze zijn klein, overzien nog niet alles en hebben er soms moeite mee om op de fiets hun evenwicht te bewaren. Een fietshelm is dan ook zeker geen overbodige luxe. Bij een val vangt de helm de eerste klap op en wordt de schok gedempt. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de kans op hoofdletsel hierdoor 80% kleiner is. Voorwaarde is natuurlijk wel dat uw kind de helm goed opzet. Hoe doe je dat?
Fietshelm? Zet ‘m – goed – op!
Koop in elk geval een helm met een CE-aanduiding en keurmerk EN 1078 en:
· zet de helm recht op het hoofd (dus niet schuin omhoog!);
· stel de bandjes zo af dat de doren helemaal vrij zijn;
· trek de riempjes strak, maar niet té strak aan. Er moet een vinger tussen passen;
· zorg dat de helm niet over het hoofd heen kan schuiven.
Veilig achterop de fiets
Als uw kind in groep 3 of 4 zit, kan het vast al aardig goed fietsen. Toch kiezen veel ouders er voor om, vanwege de drukte in het verkeer, de grote afstand naar school of omdat het gewoon wat vlotter gaat, hun kind achter op de fiets naar school te brengen. Hier nog enkele tips om ook dat extra veilig te laten verlopen:
- gebruik een kinderzitje: dat is tot 8 jaar verplicht op de fiets. Zorg dus voor een goed kinderzitje met voldoende steun voor rug, handen en voeten.
- Doe de gordel om: want dat is ook in een fietsstoeltje verplicht.
- Neem een veiligheidsslot: dan weet u zeker dat uw kind uw fiets tijdens het rijden niet (per ongeluk) op slot kan zetten.
- Zorg voor spaakafscherming en koop zadelveerbeschermers: een voet of vinger zit anders zó klem.
Veilig mee in de auto
Gaat uw kind mee in de auto? Houd er dan rekening mee dat de wet rond het vervoer van kinderen sinds 2006 strenger is geworden. Voortaan geldt dat kinderen tot 1,35 meter – wettelijk verplicht =- in een goedgekeurd en passend kinderzitje moeten zitten. Dat zitje moet het label ECE R44/03 of R44/04 hebben. Kinderen die langer zijn dan 1,35 meter moeten, net als volwassenen, altijd in de gordel. Of ze nu voorin zitten of achterin.
Vroeger of later zal uw kind toch alleen aan het verkeer deel moeten nemen en hoe eerder u hiermee gaat oefenen hoe makkelijker het later voor uw kind is. Probeer dan ook af en toe samen te fietsen naar school en uw kind niet achterop of in de auto te vervoeren.
Help mee om uw kind ‘streetwise’ te maken
Zoals gezegd, speelt u als ouder een belangrijke rol bij de verkeersopvoeding van uw kind. We kunnen ons voorstellen dat u het verkeer bij u in de buurt te druk vindt en dat u er daarom liever ‘voor de veilligheid’ voor kiest om uw kind met de auto of achter op de fiets naar school te brengen. Maar op die manier doet uw kind geen ervaring op! En hoe minder het oefent, hoe langer het duurt voor hij o0f zij leert om zichzelf staande te houden in het verkeer. U verschuift het probleem dus eigenlijk naar later, want ooit zal uw kind zich toch echt alleen moeten redden.
Zelf naar school fietsen; zo leren ze dat
Vanaf de leeftijd van 9 à 10 jaar zijn veel kinderen eraan toe zelfstandig naar school te fietsen. Hier enkele tips om ze deze verantwoordelijke stap goed en geleidelijk te laten maken:
· Begin op zondag, als het rustig is. Leer ze dan de veiligste route te nemen en blijf die route steevast rijden.
· Ga twee tot drie weken lang mee op alle ritten van en naar school. Krijgt uw kind de slag te pakken, laat hem of haar dan eens ’s middags zelfstandig van school naar huis fietsen. Dan is het rustiger dan ’s ochtends.
· Een vaste route is belangrijk. Niet alleen omdat dit veiliger is, maar ook omdat u dan altijd weet welke weg u moet nemen, als u uw kind tegemoet wilt fietsen.
Extra punten om op te letten
· Goed kijken! Een negenjarige kijkt meestal recht voor zich uit (als door een tunnel) en heeft nog niet echt veel overzicht. Zorg dus dat hij of zij zichzelf aanleert om extra goed te kijken.
· Hand uitsteken: maak daar ook zelf een gewoonte van. Door de hand uit te steken, worden veel onnodige misverstanden voorkomen.
· Niet bijremmen met de voeten: uw kind moet leren te vertrouwen op de remmen van de fiets (en schoenzolen slijten toch al snel genoeg!).
· Houd rekening met hun leeftijd: pas vanaf een jaar of elf kunnen kinderen volledig hun aandacht bij het verkeer houden. Ook de motoriek is tot hun veertiende nog in ontwikkeling. Houd daar rekening mee en zorg dat uw kind niet overmoedig wordt.
· Veel oefenen: pak voor kleine stukjes altijd de fiets, zorg dat fietsen iets vanzelfsprekends voor uw kind wordt, dan leert hij of zij het snelst veilig om te gaan met het verkeer.
Spelenderwijs leren hoe het verkeer in elkaar zit
Lopend aan de hand van papa en mama leren kleine kinderen spelenderwijs hoe het verkeer in elkaar zit. Ze leren dat ze moeten stoppen aan de rand van de straat voor ze oversteken, hoe ze moeten uitkijken en wat de kleuren van het verkeerslicht betekenen. Deze basisregels van het verkeer kunt u het beste hardop zeggen. Dan pikt uw kind ze vanzelf goed op: ‘Eerst links kijken, dan rechts en weer links. Oversteken!’ of: ‘Nu wachten tot het rode licht op groen gaat.’ Of: ‘Eerst achterom kijken voor je linksaf slaat.’
Zorg er ook voor dat uw kind zich bewust wordt van andere weggebruikers: het moet leren goed om zich heen te kijken en te letten op wat andere mensen doen. Hoe u dat bewustzijn kunt vergroten? Door onderweg zo nu en dan een vraag aan uw kind te stellen. Wat gaat die auto doen die zijn knipperlicht heeft aangezet? En wat betrekt het als je bij een stilstaande vrachtauto een piepend geluid hoort? Hout er wel rekening mee dat kinderen hun omgeving anders zien dan een volwassene: ze zitten letterlijk ‘lager’.
Leren fietsen zonder zijwieltjes
De meeste kinderen leren rond hun vijfde verjaardag zonder zijwieltjes te fietsen. Is uw kind er nog niet aan toe? Neem gewoon de tijd, te veel druk werkt alleen maar averechts. Uw kind moet het zelf willen, anders wordt het niets. Is het moment daar? Dan heeft u vast iets aan de volgende tips:
· Geef uw kind een fiets die goed past. Op een te kleine fiets is het alleen maar moeilijker om het evenwicht te bewaren.
· Zorg dat uw kind voldoende vertrouwen heeft en zich veilig voelt. Dat betekent dus: geduldig blijven!
· Laat uw kind recht vooruit kijken, dus niet naar de trappers of het stuur.
· Zorg dat uw kind veilig leert stoppen: zet een voetje op de grond vlak voor de stilstaande fiets omvalt.
· Bind een lintje aan de rechterkant van het stuur, zodat uw kind altijd weet wat links of rechts is.
|
Zo kunt u uw kind spelenderwijs
met de fiets laten oefenen in verkeersvaardigheden:
· lopen naast de fiets
· de fiets pakken en op- en afstappen
· sneller en langzamer fietsen en plotseling afremmen
· koers houden en ver vooruit kijken
· bochten maken
· links en rechts kijken
· achteruit kijken.
|
Voor de veiligheid: een fietshelm
Kinderen zijn kwetsbaar in het verkeer. Ze zijn klein, overzien nog niet alles en hebben er soms moeite mee om op de fiets hun evenwicht te bewaren. Een fietshelm is dan ook zeker geen overbodige luxe. Bij een val vangt de helm de eerste klap op en wordt de schok gedempt. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de kans op hoofdletsel hierdoor 80% kleiner is. Voorwaarde is natuurlijk wel dat uw kind de helm goed opzet. Hoe doe je dat?
Fietshelm? Zet ‘m – goed – op!
Koop in elk geval een helm met een CE-aanduiding en keurmerk EN 1078 en:
· zet de helm recht op het hoofd (dus niet schuin omhoog!);
· stel de bandjes zo af dat de doren helemaal vrij zijn;
· trek de riempjes strak, maar niet té strak aan. Er moet een vinger tussen passen;
· zorg dat de helm niet over het hoofd heen kan schuiven.
Veilig mee in de auto: kinderzitje of zitverhoger
Sinds 2006 is de wet rond het vervoer van kinderen strenger geworden. Voortaan geldt dat kinderen tot 1,35 meter – wettelijk verplicht =- in een goedgekeurd en passend kinderzitje moeten zitten. Dat zitje moet het label ECE R44/03 of R44/04 hebben. Kinderen die langer zijn dan 1,35 meter moeten, net als volwassenen, altijd in de gordel. Of ze nu voorin zitten of achterin.
ANWB raadt altijd aan om uw kind zo lang mogelijk in een kinderzitje te vervoeren met rugleuning. Het hoofd, de nek en de romp van uw kind zijn dan het beste beschermd bij een botsing. Met alleen een zitverhoger wordt de schoudergordel niet geleid, waardoor deze minder goed aansluit op het lichaam. Bij een crash kan uw kind daardoor snijwonden oplopen in de nek.
Veilig achterop de fiets
Als uw kind in groep 1 of 2 zit, kan het waarschijnlijk nog niet zo heel goed fietsen en kiest u er misschien voor om uw kind achterop de fiets naar school te brengen. Hier enkele tips om dat extra veilig te laten verlopen:
- Gebruik een kinderzitje: dat is tot 8 jaar verplicht op de fiets. Zorg dus voor een goed kinderzitje met voldoende steun voor rug, handen en voeten.
- Doe de gordel om: want dat is ook in een fietsstoeltje verplicht.
- Neem een veiligheidsslot: dan weet u zeker dat uw kind uw fiets tijdens het rijden niet (per ongeluk) op slot kan zetten.
- Koop spaakafscherming en koop zadelveerbeschermers: een voet of vinger zit anders zó klem.
Help mee om uw kind ‘streetwise’ te maken
Als je eenmaal in groep 7 of 8 zit, wil je niet meer aan het handje van papa en mama’ naar school gebracht worden. Kinderen van deze leeftijd vinden zichzelf al heel groot en juist daardoor zijn ze extra kwetsbaar. Het blijft dan ook nodig om ze steeds weer te wijzen op de gevaren in het verkeer. Daarnaast moeten ze inmiddels ook alle verkeersregels kennen (en alle borden herkennen). En minstens zo belangrijk is het dat ze hun kennis ook echt in praktijk brengen.
Onderzoek naar het fietsgedrag van kinderen heeft aangetoond dat ze in de leeftijd van 7 tot 128 jaar meer risico’s lopen in het verkeer. Het grootste gevaar is nonchalance: ongeveer 43% rijdt op meer dan een meter van e stoeprand. En meer dan de helft houdt onvoldoende koers.
Het meest onvoorzichtig is de groep van 10- tot en met 14-jarigen. Ze gaan het hardst, kijken slecht uit en missen nog de ervaring om een verkeerssituatie snel te overzien. Door uw kind regelmatig tips te geven ‘voor onderweg’, kunt u het helpen hun verkeersinzicht te vergroten. Blijf uw kind dus inde gaten houden in het verkeer. Kijken hoe hij of zij omgaat met de verkeersregels. En let extra op de fietsvaardigheden, zoals remmen, sturen, omkijken en hand uitsteken. Bij twijfel: even ‘bijsturen’.
|
Extra punten om op te letten
- Kijk altijd goed bij het oversteken van een kruising zonder verkeerslichten.
- Sla nooit ‘zomaar’(zonder te kijken) linksaf: bij inritten, uitritten of op een kruising kan er plotseling een (vracht) auto aankomen.
- Kijk even achterom en opzij, voor je om geparkeerde auto’s heenrijdt.
|
Voorzichtig in de buurt van vrachtwagens
Soms zijn kinderen zo in hun spel of in hun eigen gedachten verdiept dat ze alles om zich heen vergeten. In de buurt van vrachtauto’s kan dat levensgevaarlijk zijn. Leer ze daarom extra voorzichtig te zijn als er een vrachtwagen nadert:
- Loop nooit vlak voor of achter een vrachtauto langs
- Stop bij een verkeerslicht altijd voor de stopstreep
- Blijf altijd rechts van een vrachtwagen en ruim erachter
- Zorg dat je de chauffeur ziet, dan kan hij jou ook zien
Straks naar de middelbare school: een nieuwe route
Zit uw kind in groep 8 dan zal het volop bezig zijn met de overstap naar de middelbare school.
Na de zomer gaat er van alles veranderen!
Zo zal hij of zij ook een nieuwe route naar school moeten lopen of fietsen. En die route is meestal langer en moeilijker.
Hier enkele tips om de overstap makkelijk en veilig te laten verlopen:
- Verken samen de route: liefst eerst op een plattegrond, is de kortste route ook de veiligste?
- Stippel samen de route uit die het meest geschikt is.
- Ga de route een keer samen fietsen, eventueel met een paar andere kinderen die naar dezelfde school gaan.
- Praat met uw kind over de risico’s van groepsgedrag. Juist in het verkeer kan ‘stoer doen’ gevaren met zich meebrengen.