De Leer - r.k. daltonbasisschool

Schoolkeuze VO

4.5 Schoolkeuze voortgezet onderwijs

Er is een specifiek begeleidingstraject voor de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs, het zogenaamde BOVO-traject. BOVO betekent Basis Onderwijs Voortgezet Onderwijs.

In groep 7 wordt medio juni de entreetoets afgenomen. De entreetoets verschaft veel informatie over deelaspecten van de verschillende vak- en vormingsgebieden.

Tevens geeft deze toets aan welke onderdelen goed of minder goed worden beheerst.

In september volgt een individuele bespreking met de ouders over de entreetoetsresultaten en worden er verkennende gesprekken gevoerd als aanzet tot advisering.

Jaarlijks vindt er een voorlichtingsavond plaats, waarbij informatie wordt gegeven over de basisvorming in het Voortgezet Onderwijs en de betekenis van de Cito-toets.

Eveneens wordt er aandacht besteed aan de leerwegen in het VMBO.

In december wordt het traject van advisering nogmaals doorgesproken en kunnen ouders hun wensen kenbaar maken.

Ouders krijgen een lijst met data van open dagen van het voortgezet onderwijs.

Ter voorbereiding op de eigenlijke toets wordt vooral in de maand januari aandacht besteed aan het toetsgebeuren. Na afname van de Cito-toets volgt een uitvoerig gesprek, waarin samen met de ouders gesproken wordt over de definitieve schoolkeuze.

Bij de keuze van het voortgezet onderwijs worden de volgende aspecten meegewogen:

- de wens van de ouders/het kind;

- het advies van de groepsleerkracht;

- de entreetoets;

- de uitslagen van het LVS van de laatste twee jaar;

- de uitslag van de Cito-toets.

De Cito-uitslag wordt gezien als een onafhankelijk advies en is zeker niet alleen bepalend voor de schoolkeuze. Wanneer de Cito-uitslag afwijkt van het advies volgt er overleg met de desbetreffende school voor voortgezet onderwijs.

Daarnaast kent het BOVO-overleg zelf een aantal minimumeisen voor toelating. Hoewel het advies van de basisschool niet bindend is, kan de ontvangende school nadere informatie eisen, eventueel van derden. Verder kan er een extra toetsing worden toegepast.

De aanmelding bij het voortgezet onderwijs wordt door de basisschool geheel verzorgd door zorg te dragen voor de verzending van:

- het inlichtingenformulier ingevuld door de school;

- het aanmeldingsformulier ingevuld door de ouders;

- de Cito-uitslag.

Zowel de school als de ouders krijgen bericht van de toelating.

Na plaatsing van de leerling in het voortgezet onderwijs blijft het contact met het voorgezet onderwijs bestaan door onder meer:

- wederzijdse informatie in het algemeen;

- informatie over de individuele leerlingen;

- contacten met de mentoren;

- schriftelijke informatie over de voortgang (cijferlijsten);

- registratie van genoten vorm van onderwijs na 1e, 2e, en 3e jaar.


4.6 Leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs


Voor iedere leerling die problemen heeft bij de voortgang van de opleiding, maar wel in staat is een diploma te behalen, komt zorg op maat beschikbaar. Dat gebeurt in de vorm van leerweg­ondersteunend onderwijs.

Praktijkonderwijs zal leerlingen voor wie een diploma niet is weggelegd, voorbereiden op de arbeidsmarkt.

De volgende leerlingkenmerken gelden:

- niveau van kennis en vaardigheden;

– leerachterstand op de gebieden technisch en begrijpend lezen, spellen en rekenen/wiskunde;

- cognitieve capaciteiten uitgedrukt in een IQ;

- sociaal-emotioneel functioneren; problematiek in relatie met de leerprestaties.

De leerachterstanden dienen zich te manifesteren over minimaal twee leergebieden, waarvan één leerachterstand een inzichtelijk gebied betreft. Combinatie spelling en technisch lezen kan niet; wel spelling en inzichtelijk rekenen of spelling en begrijpend lezen.


4.7 De Regionale Verwijzings Commissie (RVC)

De RVC beoordeelt aan de hand van de criteria of de leerling toelaatbaar is tot het LWOO of het praktijkonderwijs.

De RVC stelt een beschikking vast.

De RVC meldt haar beschikking aan de VO-school (binnen 6 weken).