De Leer - r.k. daltonbasisschool

Pestprotocol

 
 
Het pestprotocol
 
DOEL VAN HET PESTPROTOCOL
 
Alle kinderen moeten zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
 
Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.
 
PESTEN
 
Pesten komt helaas overal voor. Ook op school worden kinderen gepest om uiteenlopende redenen. Binnen de school tolereren we pesten niet.
Door het nemen van allerlei preventieve maatregelen proberen we zoveel mogelijk problemen te voorkomen. We hebben afspraken gemaakt over o.a. hoe we met elkaar omgaan, welke signaleringslijsten gebruikt worden, preventieve maatregelen, etc.
 
In dit pestprotocol beschrijven we hoe te handelen als er melding wordt gemaakt (door ouders en/of kinderen) of geconstateerd wordt (door leerkrachten en/of begeleiders) dat er sprake is van (cyber)pesten.
De begrippen plagen en pesten worden regelmatig door elkaar gebruikt. Toch bestaat er een duidelijk verschil. Plagen zie je vaak bij mensen die elkaar wel mogen. Men neemt elkaar in de maling, zonder dat er een dreigende situatie ontstaat. Men haalt een grapje bij elkaar uit. Een beetje plagen kan zelfs de sfeer verbeteren. Plagen en humor gaan hand in hand.
Bij pesten is er een duidelijk slachtoffer en een dader. De dader heeft de intentie om het slachtoffer te beschadigen. Het gedrag van de dader is (be)dreigend. Het slachtoffer wordt beschadigd en kan zich vaak niet verweren zonder opnieuw aangepakt te worden.
Pesten gebeurt meestal niet openbaar. Het is daarom moeilijk te constateren en vaak merk je het pas als het al een tijdje aan de gang is.
Het is dan ook erg belangrijk om duidelijk en zeer consequent te handelen.
De rol van de pester, de volgers, de omstanders en de gepeste moet belicht worden.
 
SIGNALEN DIE KUNNEN DUIDEN OP PESTEN
 
  • Vaak alleen staan in de pauze; dicht bij de pleinwacht gaan staan/spelen
  • Vaak alleen met jongere kinderen spelen.
  • Niet meer naar buiten willen/niet naar school willen.
  • Zuchten, piepen en steunen van andere kinderen, als het betreffende kind een idee oppert, dat wel geaccepteerd zou worden indien een ander kind dat idee aangedragen zou hebben.
  • Opmerkingen maken over kleding, haardracht, etc.
  • Buiten school opwachten, achterna rijden, slaan of schoppen.
  • Bezittingen afpakken.
 
VORMEN VAN DIGITAAL PESTEN
 
  • Anonieme berichten versturen via MSN en SMS.
  • schelden, roddelen, bedreigen.
  • foto’s van mobieltjes en webcam op internet plaatsen.
  • privégegevens op een site plaatsen.
  • wachtwoorden en credits stelen en misbruiken.
  • haatprofielen aanmaken.
  • virussen sturen.
  • happy slapping
  • het versturen van een e-mail bom.
 
Effecten
De effecten van digitaal pesten kunnen erger zijn dan bij traditioneel pesten. Opnames die via de webcam worden gemaakt, worden vastgelegd door een ander. Deze opnames verdwijnen nooit meer. Over de hele wereld kan een foto op een site staan. Foto’s die eenmaal op internet staan zijn soms niet meer te verwijderen.
 
STAPPENPLAN BIJ PESTEN
 
Ondanks regels en preventie komt pesten toch voor. In en rond de school, maar ook buiten de school en schooltijden. Pestgedrag dat buiten de school ontstaat vindt meestal ook doorgang rond en in de school.
Zonder de rol van de opvoeder over te nemen, nemen we tegen alle pestgedrag een duidelijke stelling in.
 
Stap 1      Na melding van pesten door kinderen, ouders, of eigen observatie proberen we in eerste instantie binnen de groep het gedrag bespreekbaar te krijgen: leerkracht maakt gebruik van de No-blame methode: uitgangspunt is bewust maken en geen schuld uitspreken.
 
Stap 2      Is de No-blame methode niet voldoende effectief (bij notoire pesters), dan wordt de Vijfsporenaanpak ingezet. Alle partijen die te maken hebben met het pesten worden betrokken: het gepeste kind, de pester, de middengroep, de school/het team en de ouders. Medewerking van alle partijen wordt uitdrukkelijk gevraagd om een einde aan de problemen te krijgen. De leerkracht maakt notities in de leerlingenmap; afspraken worden schriftelijk vastgelegd.
 
Stap 3      Bij herhaling van pesterijen tussen dezelfde leerlingen volgen consequenties.
 
Stap 4        Bij aanhoudend pestgedrag wordt deskundige hulp ingeschakeld zoals de schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts of schoolmaatschappelijk werk.
 
Stap 5      In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden. Dit besluit wordt door de directie genomen.
 
 

De bijdragen, die wij als school leveren aan de sociaal-emotionele ontwikkeling
 
Op velerlei manieren proberen wij op een positieve manier bij te de dragen aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Dit doen wij onder andere door
 
Het nemen van preventieve maatregelen
 
Door het nemen van allerlei preventieve maatregelen proberen we als het enigszins mogelijk is zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Dit doen we onder andere op de volgende wijzen:
 
a)       we besteden blijvend aandacht aan een veilig pedagogisch klimaat.
Wij hebben namelijk graag,dat elk kind zich op onze school veilig kan voelen. Dit ook omdat een kind vanuit het gevoel van veiligheid contact legt met de buitenwereld. Dit zowel met zijn sociale omgeving als zijn materiële omgeving. In de omgang met de buitenwereld komt het kind ook tot het ontdekken of leren van nieuwe dingen.
Andersom is ook waar: een kind dat zich niet veilig voelt, gaat niet over tot exploratie van de buitenwereld en leert dus ook niet.
Gezien het aanzienlijke belang dat kinderen hebben bij het zich veilig kunnen voelen, hanteren wij op school een aantal regels, routines en afspraken over het omgaan met materiaal, met anderen en met jezelf. Aan het begin van ieder schooljaar worden deze samen met de kinderen opgesteld en zichtbaar opgehangen in de klas. Deze zijn allen gericht op het bevorderen van de fysieke en psychische veiligheid van alle kinderen.
Er is veel aandacht voor klasse- en teambouwers (coöperatief leren), zeker aan het begin van een nieuw schooljaar.
 
b)      tijdens kringgesprekken komt regelmatig aan de orde over hoe je concreet
met elkaar om zou moeten gaan (wat doe je wel en wat doe je niet). Hierbij komt ook de beleving van het kind aan de orde (wat vind jij ervan of hoe zou jij het vinden als…)
 
c)       wij gebruiken de methode Trefwoord. Dit is een oecumenische methode
voor godsdienstige en levensbeschouwelijke vorming. Hierbij komen eigentijdse levensthema’s aan de orde.
 
d)      we hebben de spreuk van de week. Hierbij focussen we gedurende twee weken op een bepaald gewenst gedrag.
 
e)       het met kinderen gericht oefenen van specifieke sociale vaardigheden. Zoals bijvoorbeeld
- het geven van complimenten
- het reageren op complimenten van een ander
- het elkaar bieden van hulp in de vorm van tips.
 
f)       ook tijdens het werken met vakken als lezen, taal en rekenen is er
aandacht voor het toepassen van samenwerking: het zogenaamde coöperatieve leren. 
 
g)       tijdens de jaarlijkse SEO-ouderavond doen wij verslag aan de ouders over
hoe wij met hun kinderen omgaan. Met de ouders wordt aan de hand van de ingevulde lijst (Praxis en S.E.P) de ontwikkeling besproken. De leer­krachten hanteren hiervoor het formulier “aandachtspunten seo-spreekuur”.
 
h)       ook in de realisering van onze dalton uitgangspunten (vrijheid in
gebondenheid of verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerking) zit aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling besloten.
 
Het gericht volgen van de ontwikkeling van de kinderen.
 
Een zo vroeg mogelijke signalering
Om de ontwikkeling van de kinderen op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling te volgen en mogelijke problemen vroegtijdig te signaleren, maken we gebruik van
a)     informatie, die door ouders mondeling of schriftelijk wordt verstrekt tijdens de inschrijving van het kind, tijdens het huisbezoek in groep 1 of in de loop van het jaar.
b)    dagelijkse observatie- en registratiemomenten in de klas. In de leerlingenmap noteert de leerkracht opvallende gebeurtenissen, die zich tijdens bijvoorbeeld kringgesprekken of het buitenspelen hebben en in de leerlingenmap wordt de zelfstandigheid, vrijheid en samenwerking van het kind gevolgd.
c)     twee keer per jaar vullen de groepsleerkrachten van de groepen 3 t/m 8 (met verschillende kleuren) de registratieformulieren Praxis sociaal-emotionele ontwikkeling in. De leerkrachten van de groepen 1 en 2 vullen het zogenaamde SEP-formulier in. Dit gebeurt voor elk kind afzonderlijk. De gegevens worden door de groepsleerkracht besproken met de interne begeleider. Dit mede om te bezien of meerdere kinderen een zelfde soort ondersteuning behoeven.
d)     informatie van collega’s of interne begeleider
e)     de leerkracht maakt ook in oktober een zogenaamd sociogram van de groep (vanaf groep 4). Hierbij wordt zichtbaar gemaakt welke kinderen op welke wijze met elkaar omgaan. Desgewenst wordt dit ook nog een keer herhaald gedurende het lopende schooljaar
f)     een oudergesprek (het zogenaamde SEO-gesprek op school in oktober)
g)     eventueel een huisbezoek.
 
Het kan zijn dat bovengenoemde zaken informatie opleveren, dat een of meer kinderen mogelijk behoefte hebben aan ondersteuning, dan wordt daar –al dan niet na verdere analyse- zo spoedig mogelijk toe overgegaan.
 
Het kan zijn, dat op basis van de informatie en ervaringskennis van de school al duidelijk is wat de aard van de ondersteuning zou moeten zijn (onderscheiding volgens van Lieshout: informatieve, gedragsregulerende of affectief-relationele ondersteuning).
Indien meerdere kinderen dezelfde ondersteuning behoeven, kan een groepsaanpak overwogen worden.
Hierbij wordt gebruikt gemaakt van de op school aanwezige materialen (ondermeer Luc Koning, tips van de website sociaalemotioneel, pestprotocol)
Het kan ook zijn, dat er op enig moment behoefte bestaat aan een nadere analyse (zie het pestprotocol).