1. De organisatie van de leerlingenzorg
Tussen mensen bestaan grote verschillen. Zo ook tussen kinderen. De wijze waarop kinderen leren, het leervermogen en het leertempo kan voor ieder kind anders zijn. Dat betekent dat wij als leraren ons onderwijs zullen moeten aanpassen aan deze verschillen. Wij werken volgens het principe van de handelingsgerichte procesdiagnostiek (HGPD): wij kijken naar kansen, mogelijkheden en onderwijsbehoeften en sluiten aan bij wat de kinderen al kunnen. School en ouders delen de verantwoordelijkheid door samen te kijken naar mogelijkheden en beperkingen. Er is niet één oplossing, maar er kunnen meerdere mogelijkheden zijn om het kind te helpen.
De leerlingenzorg richt zich op alle kinderen. Alle kinderen worden gevolgd in hun ontwikkeling, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. Wij kijken naar onderwijsbehoeften van alle kinderen. Wat heeft het kind nodig? Speciale zorg gaat uit naar kinderen die opvallen ten opzichte van het gemiddelde niveau van de groep. Het gaat hier niet alleen om kinderen die een achterstand of specifieke problemen hebben maar ook om kinderen die meer aankunnen dan het gemiddelde niveau van de leerstof. Binnen de school is de intern begeleider verantwoordelijk voor de organisatie van de leerlingenzorg.
Onze zorgverlening aan kinderen heeft een planmatige aanpak.
1 Signaleren van specifieke onderwijsbehoeften. Dit gebeurt systematisch met behulp van ons leerlingvolgsysteem, maar ook door methodegebonden toetsen en waarnemingen van de leerkracht.
2 Diagnosticeren: het analyseren van de problemen, het gegeven onderwijs analyseren en het voorbereiden van oplossingen.
3 Remediëren; de oplossingen worden toegepast in het opstellen en uitvoeren van groeps- en individuele handelingsplannen.
4 Evalueren of de beoogde oplossingen voldoende resultaat opgeleverd hebben en of er een vervolg aanpak nodig is.
Onze zorg heeft betrekking op school-, groeps- en leerlingniveau:
De school voert beleid ten aanzien van het realiseren, evalueren en afstemmen van de leerlingenzorg. Dit betekent ondermeer het uitlijnen van procedures in het zorgtraject en de deskundigheidsbevordering van leerkrachten om passend en effectief onderwijs te kunnen verzorgen. De school kan gezien worden als een lerende en zich ontwikkelende organisatie. De school streeft continue naar een betere afstemming van het onderwijs op de behoeften van leerlingen.
Door planmatig handelen kan de school als geheel de leerlingenzorg verbreden. Dit kan betekenen dat het aanbod moet worden bijgesteld, uitgebreid of vernieuwd.
Voor de organisatie op schoolniveau maken we gebruik van het volgende:
· .Interne begeleiding
Op school is er een intern begeleider werkzaam die de zorgverbreding organiseert, coördineert en bewaakt.
De IB-er coacht collega’s bij het uitvoeren van zorgverbredingactiviteiten en zorgt voor afstemming van activiteiten op schoolniveau. Zij voert gesprekken met ouders en leerkrachten en ziet er op toe dat gemaakte afspraken nageleefd worden. Daarnaast observeert zij in de groepen en kan zij incidenteel toetsen afnemen bij individuele kinderen.
De taak van de intern begeleider is een inhoudelijk coördinerende en ondersteunende taak. Er is sprake van een coachende rol, de IB-er staat naast de collega’s. De zorg begint en eindigt bij de leerkracht, de groepsleerkracht is (eind)verantwoordelijk.
· De orthotheek
Om beter tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van kinderen is er op school een orthotheek aanwezig. Deze bevindt zich op een centrale plaats in de IB-ruimte, die voor iedereen toegankelijk is. Het actueel houden van de orthotheek is een taak van de intern begeleider.
· Aanname van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Bij kinderen met specifieke onderwijsbehoeften in het kader van Passend Onderwijs denken we aan:
kinderen met een beschikking van de Commissie voor Indicatiestelling, d.w.z. in het bezit zijn van een leerling gebonden financiering (LGF), de zogenaamde 'rugzakleerling' (zie ook 1.5)
óf kinderen met een positieve beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (= PCL) voor een school voor speciaal basisonderwijs
óf kinderen die voor hun vierde jaar al een zorgtraject hebben doorlopen.
Voor de aanname van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften houden wij ons aan het “aannamebeleid passend onderwijs” van onze stichting KOS-Oost Gelre.
In het kader van Passend Onderwijs wordt er vanuit gegaan dat alle kinderen, ongeacht een specifieke onderwijsbehoefte, samen met hun leeftijdgenootjes onderwijs kunnen volgen. Bij aanmelding op onze school wordt goed bekeken, in overleg met alle betrokken partijen, of de aangemelde leerling door het team kan worden begeleid zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen. Plaatsing van de leerling hangt af van de mogelijkheden die er voor deze specifieke leerling op school zijn. Dit kan eventueel gebeuren met begeleiding van een school voor speciaal onderwijs. Bovendien zal steeds opnieuw bekeken worden of de mogelijkheden van de school voor dit kind nog steeds voldoende zijn. Indien de eigen school niet in staat is om voldoende Passend Onderwijs te bieden, wordt samen met de ouders en andere betrokkenen gezocht naar een goede oplossing. Verwijzing naar speciaal(basis)onderwijs is daarbij één van de mogelijkheden.
1.3 Zorg op groepsniveau.
De leerkracht stemt het onderwijsleerproces af op de verschillende individuele mogelijkheden en behoeften van leerlingen. De groepsleerkracht hanteert een cyclisch proces van observeren en signaleren, diagnosticeren, plannen, uitvoeren en evalueren. Dit kan leiden tot analyse en bijstelling van het onderwijs.
Ons onderwijs op maat wordt gekenmerkt door:
a. aangepaste didactiek: wij werken met het directe instructiemodel. Dit model is zeer effectief voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Deze kinderen hebben veel behoefte aan actieve instructie en begeleiding door de leerkracht. Daarnaast profiteren ook leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong, van dit model, omdat zij de ruimte krijgen om zelfstandig te werken na een relatief korte instructie. De leerkracht geeft aan welk deel verplicht is, daarna kunnen leerlingen zelf bepalen of ze meer instructie behoeven. Vervolgens werkt een klein groepje leerlingen tijdens het werken aan de weektaak, aan de instructietafel met de leerkracht.
b. een effectieve klassenorganisatie: de leerkracht weet welke leerlingen welke activiteit uitvoeren en welke leerlingen extra ondersteuning behoeven. De leerkracht zorgt voor een efficiënte uitvoering van de voorgenomen planning, lesmaterialen en remediërende middelen.
c. aandacht voor het creëren van een goed pedagogisch klimaat, waarbij de leerkracht de kinderen uitdaagt, ondersteunt en vertrouwen schenkt.
De leerstof wordt zo gekozen dat alle kinderen dezelfde basisstof kunnen verwerken. Leerlingen kunnen daarnaast werken met minimale stof of met compacteren van de stof. Extra tijd kan dan ingezet worden voor specifieke onderwijsbehoeften in de vorm van remediëring, verrijking of verdieping.
Na een klassikale instructie werkt ieder kind naar eigen aanleg en tempo verder. Dit kan individueel of in groepjes zijn. Coöperatieve werkvormen worden structureel ingezet bij verschillende lessen. In ons daltononderwijs werken wij met een opbouw voor het werken met een dag- en weektaak vanaf groep 1. Deze weektaken zijn adaptief, dus met aanpassingen voor specifieke onderwijsbehoeften.
Tijdens het werken aan de weektaak heeft de leerkracht tijd om kinderen te helpen die extra instructie nodig hebben of om te observeren of om te werken met (groeps)handelingsplannen.
Tijdens teamvergaderingen en zorgvergaderingen hebben de leerkrachten
regelmatig overleg over de gang van zaken in de groepen en vindt er verdere afstemming plaats. De zorgvergaderingen worden jaarlijks 2 a 3 keer gepland. Alle teamleden dienen aanwezig te zijn.
Het uitgangspunt voor de zorg zijn de resultaten van de methode onafhankelijke toetsen, met daarnaast methodegebonden toetsen en observaties.
De intern begeleider bespreekt jaarlijks alle CITO-LVS-toetsen (leerlingvolgsysteem) met de leerkracht. Daarnaast zijn er jaarlijks 2 groepsbesprekingen gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling. In een toets- en/of groepsoverzicht wordt aangegeven op welk gebied en voor welke leerlingen er extra onderwijsbehoeften nodig zijn.
In onderstaand schema staat onze zorgstructuur uitgewerkt in een stappenplan, waarbij de betekenis voor de school en de leerkracht met daarnaast de betrokkenheid van de ouders in beeld worden gebracht.

Zoals u ziet kan bij stap 5 het zorgteam worden ingeschakeld. Dit team komt 3 keer per jaar bij elkaar en bestaat uit onze leerlingbegeleider (orthopedagoog), schoolmaatschappelijkwerker, schoolverpleegkundige en de IB-er. Betreffende leerkracht en ouders zijn ook aanwezig. Afhankelijk van de hulpvraag wordt bekeken wie van het zorgteam aanwezig zal zijn.
1.5 Kinderen met speciale zorg, de zogenaamde rugzakleerlingen (LGF)
Er zijn op school diverse kinderen met een zogenaamde “rugzak”. Hiermee wordt bedoeld de Leerling Gebonden Financiering (LGF). Op het moment dat er indicatie is voor een leerling voor een zogenaamde clusterschool, maken de ouders in goed overleg met de school een keuze: óf de leerling wordt geplaatst op de betreffende clusterschool, óf er wordt gekozen voor blijven op de basisschool met inzet van LGF, de rugzak. De leerling gebonden financiering is bedoeld voor kinderen met een handicap of stoornis, die echt extra voorzieningen nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen. Er zijn vier clusters binnen de leerling gebonden financiering:
cluster 1: voor kinderen met een visuele handicap
cluster 2: voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve handicap
cluster 3: voor kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap en kinderen die langdurig ziek zijn.
cluster 4: voor kinderen met psychiatrische- of gedragsstoornissen
De school krijgt voor de kinderen met een “rugzak” extra formatie en een extra budget om te besteden aan de ontwikkeling van het kind. Ook krijgt het kind een ambulant begeleider toegewezen vanuit het cluster waar het onder valt. De ambulante begeleiding is een flexibele vorm van onderwijskundige begeleiding gericht op de mogelijkheden van het kind en op de wensen van ouders en school. De begeleiding bestaat uit het bieden van hulp en ondersteuning van de school, de leerkrachten en de leerling en het mede opstellen van handelingsplannen. De coördinatie van het onderwijs voor deze kinderen dient goed geregeld worden.
De leerlingen van groep 1 ontvangen aan het eind van groep 1, als vaststaat dat ze naar groep 2 gaan, een rapport. Daarnaast gaat de leerkracht van groep 1 op huisbezoek (als een kind 2 a 3 maanden op school zit) en bespreekt tijdens spreekuuravonden de ontwikkeling van uw kind.
Vanaf groep 2 krijgen de leerlingen twee keer per jaar een rapport. Ouders kunnen desgewenst het rapport bespreken met de groepsleerkracht. Hiervoor worden spreekuuravonden georganiseerd. Daarnaast is er in oktober een spreekuuravond, waarvoor alle ouders worden uitgenodigd. Deze bespreking gaat vooral over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Bijzonderheden op het gebied van leerprestaties kunnen eventueel ook aan de orde komen.
Indien de leerprestaties of het gedrag hiertoe aanleiding geven zal de school eerder initiatieven nemen tot het houden van een oudergesprek. Natuurlijk kunnen ook de ouders een gesprek aanvragen.
De leerkracht van groep 8 plant 2 keer per jaar gesprekken van ongeveer 30 minuten op school. In de periode november/december worden de keuzes voor het vervolgonderwijs besproken en de leerprestaties en vorderingen van het kind. In maart wordt de uitslag van de Cito-eindtoets besproken en wordt de definitieve keuze voor het vervolgonderwijs gemaakt.
1.6 Kwaliteit en opbrengsten van ons onderwijs
De IB-er maakt jaarlijks een trendanalyse van de CITO-LVS toetsen. Daarnaast worden ook de entree- en eindtoets geëvalueerd. Opvallende trends worden besproken en kunnen aanleiding zijn voor het maken van beleid, afspraken en/of inzetten van scholing.