De Leer - r.k. daltonbasisschool

De organisatie van de leerlingenzorg

DE ORGANISATIE VAN DE LEERLINGENZORG
Hoofdstuk 3
 
Tussen mensen bestaan grote verschillen. Zo ook tussen kinderen. De wijze waarop kinderen leren, het leervermogen en het leertempo kan voor ieder kind anders zijn. Dat betekent dat wij als leraren ons onderwijs zullen moeten aanpassen aan deze verschillen. Wij werken volgens het principe van de handelingsgerichte procesdiagnostiek (HGPD): wij kijken naar kansen, mogelijkheden en onderwijsbehoeften en sluiten aan bij wat de kinderen al kunnen.
School en ouders delen de verantwoordelijkheid door samen te kijken naar mogelijkheden en beperkingen. Er is niet één oplossing, maar er kunnen meerdere mogelijkheden zijn om het kind te helpen.
De leerlingenzorg richt zich op alle kinderen. Alle kinderen worden gevolgd in hun ontwikkeling, zowel cognitief als sociaal-emotioneel.
Wij kijken naar onderwijsbehoeften van alle kinderen. Wat heeft het kind nodig? Speciale zorg gaat uit naar kinderen die opvallen ten opzichte van het gemiddelde niveau van de groep. Het gaat hier niet alleen om kinderen die een achterstand of specifieke problemen hebben maar ook om kinderen die meer aankunnen dan het gemiddelde niveau van de leerstof. Binnen de school is de intern begeleider verantwoordelijk voor de organisatie van de leerlingenzorg.
Onze zorgverlening aan kinderen heeft een planmatige aanpak.
 
1              Signaleren van specifieke onderwijsbehoeften.
       Dit gebeurt systematisch met behulp van ons leerlingvolgsysteem, maar ook door methode gebonden toetsen en waarnemingen van de leerkracht.
2             Diagnosticeren: het analyseren van de problemen, het gegeven onderwijs analyseren
       en het voorbereiden van oplossingen.
3             Remediëren; de oplossingen worden toegepast in het opstellen en uitvoeren van
       groeps- en individuele handelingsplannen.
4             Evalueren of de beoogde oplossingen voldoende resultaat opgeleverd hebben en of er
       een vervolg aanpak nodig is.
 
Onze zorg heeft betrekking op school-, groeps- en leerlingniveau.
 
De school voert beleid ten aanzien van het realiseren, evalueren en afstemmen van de leerlingenzorg. Dit betekent ondermeer het uitlijnen van procedures in het zorgtraject en de deskundigheidsbevordering van leerkrachten om passend en effectief onderwijs te kunnen verzorgen. De school kan gezien worden als een lerende en zich ontwikkelende organisatie.
De school streeft continue naar een betere afstemming van het onderwijs op de behoeften van leerlingen.
Door planmatig handelen kan de school als geheel de leerlingenzorg verbreden. Dit kan betekenen dat het aanbod moet worden bijgesteld, uitgebreid of vernieuwd.
 

Voor de organisatie op schoolniveau maken we gebruik van het volgende:
 
·         Interne begeleiding
 
Op school is er een intern begeleider werkzaam die de zorgverbreding organiseert, coördineert en bewaakt.
De IB-er coacht collega’s bij het uitvoeren van zorgverbredingactiviteiten en zorgt voor afstemming van activiteiten op schoolniveau. Zij voert gesprekken met ouders en leerkrachten en ziet er op toe dat gemaakte afspraken nageleefd worden.
Daarnaast observeert zij in de groepen en kan zij incidenteel toetsen afnemen bij individuele kinderen.
 
De taak van de intern begeleider is een inhoudelijk coördinerende en ondersteunende taak. Er is sprake van een coachende rol, de IB-er staat naast de collega’s. De zorg begint en eindigt bij de leerkracht, de groepsleerkracht is (eind)verantwoordelijk.
 
·         De orthotheek
 
Om beter tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van kinderen is er op school een orthotheek aanwezig. De orthotheek is de verzamelplaats van alle materialen die voor zorgleerlingen worden gebruikt. Deze bevindt zich op een centrale plaats in de IB-ruimte, die voor alle leerkrachten toegankelijk is. Het actueel houden van de orthotheek is een taak van de intern begeleider.
 
·         Aanname van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
 
Bij kinderen met specifieke onderwijsbehoeften in het kader van Passend Onderwijs denken we aan:
-      kinderen met een beschikking van de Commissie voor Indicatiestelling, d.w.z. in het bezit zijn van een leerling gebonden financiering (LGF), de zogenaamde 'rugzakleerling';
-      óf kinderen met een positieve beschikking van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (= PCL) voor een school voor speciaal basisonderwijs;
-      óf kinderen die voor hun vierde jaar al een zorgtraject hebben doorlopen.
 
Voor de aanname van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften houden wij ons aan het ‘aannamebeleid passend onderwijs’ van onze stichting PRO8.
In het kader van Passend Onderwijs wordt er vanuit gegaan dat alle kinderen, ongeacht een specifieke onderwijsbehoefte, samen met hun leeftijdgenootjes onderwijs kunnen volgen.
Bij aanmelding op onze school wordt goed bekeken, in overleg met alle betrokken partijen, of de aangemelde leerling door het team kan worden begeleid zonder dat het kind of de andere kinderen daardoor te kort komen.
Plaatsing van de leerling hangt af van de mogelijkheden die er voor deze specifieke leerling op school zijn. Dit kan eventueel gebeuren met begeleiding van een school voor speciaal onderwijs. Bovendien zal steeds opnieuw bekeken worden of de mogelijkheden van onze school voor dit kind nog steeds voldoende zijn.
Indien de eigen school niet in staat is om voldoende Passend Onderwijs te bieden, wordt samen met de ouders en andere betrokkenen gezocht naar een goede oplossing. Verwijzing naar speciaal(basis)onderwijs is daarbij één van de mogelijkheden.
Zorg op groepsniveau
De leerkracht stemt het onderwijsleerproces af op de verschillende individuele mogelijkheden en behoeften van leerlingen. De groepsleerkracht hanteert een cyclisch proces van observeren en signaleren, diagnosticeren, plannen, uitvoeren en evalueren. Dit kan leiden tot analyse en bijstelling van het onderwijs.
 
Ons onderwijs op maat wordt gekenmerkt door:
 
a.         aangepaste didactiek
wij werken met het directe instructiemodel. Dit model is zeer effectief voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Deze kinderen hebben veel behoefte aan actieve instructie en begeleiding door de leerkracht. Daarnaast profiteren ook leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong, van dit model, omdat zij de ruimte krijgen om zelfstandig te werken na een relatief korte instructie. De leerkracht geeft aan welk deel verplicht is, daarna kunnen leerlingen zelf bepalen of ze meer instructie behoeven. Vervolgens werkt een klein groepje leerlingen tijdens het werken aan de weektaak, aan de instructietafel met de leerkracht.
 
b.        een effectieve klassenorganisatie
de leerkracht weet welke leerlingen welke activiteit uitvoeren en welke leerlingen extra ondersteuning behoeven. De leerkracht zorgt voor een efficiënte uitvoering van de voorgenomen planning, lesmaterialen en remediërende middelen.
 
c.         aandacht voor het creëren van een goed pedagogisch klimaat,
waarbij de leerkracht de kinderen uitdaagt, ondersteunt en vertrouwen schenkt.
 
De leerstof wordt zo gekozen dat alle kinderen dezelfde basisstof kunnen verwerken. Leerlingen kunnen daarnaast werken met minimale stof of met compacteren van de stof. Extra tijd kan dan ingezet worden voor specifieke onderwijsbehoeften in de vorm van remediëring, verrijking of verdieping. 
 
Na een klassikale instructie werkt ieder kind naar eigen aanleg en tempo verder.
Dit kan individueel of in groepjes zijn. Coöperatieve werkvormen worden structureel ingezet bij verschillende lessen.
In ons daltononderwijs werken wij met een opbouw voor het werken met een dag- en weektaak vanaf groep 1. Deze weektaken zijn adaptief, dus met aanpassingen voor specifieke onderwijsbehoeften.
 
 
Tijdens het werken aan de weektaak heeft de leerkracht tijd om kinderen te helpen die extra of andere instructie nodig hebben of om te observeren of om te werken met (groeps)handelingsplannen.
Tijdens teamvergaderingen en zorgvergaderingen hebben de leerkrachten regelmatig overleg over de gang van zaken in de groepen en vindt er verdere afstemming plaats. De zorgvergaderingen worden jaarlijks 2 à 3 keer gepland.
Alle teamleden dienen aanwezig te zijn.
Zorg op individueel niveau
Het uitgangspunt voor de zorg zijn de resultaten van de methode onafhankelijke toetsen, met daarnaast methodegebonden toetsen en observaties.
De intern begeleider bespreekt jaarlijks alle CITO-LVS-toetsen (leerlingvolgsysteem) met de leerkracht. Daarnaast zijn er jaarlijks twee groepsbesprekingen gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling.
In een toets- en/of groepsoverzicht wordt aangegeven op welk gebied en voor welke leerlingen er extra onderwijsbehoeften nodig zijn.
 
In het volgende schema staat onze zorgstructuur uitgewerkt in een stappenplan, waarbij de betekenis voor de school en de leerkracht met daarnaast de betrokkenheid van de ouders in beeld worden gebracht.
 

Verwijsindex                            
Onze school is vanaf mei 2010 aangesloten bij de Verwijsindex Achterhoek. De Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals van verschillende organisaties en instellingen (bijvoorbeeld intern begeleiders in het onderwijs, zorgcoördinatoren en hulpverleners) een signaal kunnen afgeven wanneer zij zich zorgen maken over een kind tussen 0 en 23 jaar dat zij onder hun hoede hebben. Wanneer meerdere hulpverleners een signaal over hetzelfde kind afgeven in de Verwijsindex, dan krijgen zij elkaars contactgegevens. Zo kunnen professionals elkaar makkelijker en sneller vinden, en beter afstemmen en samenwerken in de hulpverlening aan jeugdigen.

Indien het gebruik van de Verwijsindex bij uw kind aan de orde is, informeren we u daarover. Meer informatie over de Verwijsindex kunt u vinden op www.verwijsindex-achterhoek.nl.
 
 
Zoals u ziet kan bij stap 4 het zorgteam worden ingeschakeld. Dit team komt 3 keer per jaar bij elkaar en bestaat uit onze leerlingbegeleider (een orthopedagoog), schoolmaatschappelijk werker, schoolverpleegkundige en de IB-er. Betreffende leerkracht en ouders zijn ook aanwezig. Afhankelijk van de hulpvraag wordt bekeken wie van het zorgteam aanwezig zal zijn.

Protocol herfstkinderen
 
Wie zijn de herfstkinderen?
Dat zijn kinderen die geboren zijn in de maanden oktober, november of december.
Bij de herfstkinderen is het eerste schooljaar dus een onvolledig schooljaar! Het is de vraag of deze kinderen in dat onvolledige schooljaar voldoende vooruitgang boeken om naar de volgende leerstofjaargroep over te gaan. Dit betekent dat iedere leerkracht regelmatig voor de vraag komt te staan of een herfstkind nog in groep 1 moet blijven of dat het naar groep 2 kan gaan.
 
De schoolloopbaan van een kind wordt niet bepaald door de ouders, niet door de inspectie maar door de school.
De inspectie geeft aan dat elke school moet bevorderen dat de verblijfsduur van een leerling in het basisonderwijs 8 aaneengesloten jaren bedraagt. Het valt onder het beleid van de school welke leerlingen overgaan naar een volgende groep. De overgang van een leerling heeft niet zozeer te maken met leeftijd, maar met de ontwikkeling die de leerling heeft doorgemaakt. Voor ouders wordt inzichtelijk gemaakt hoe de school tot het inzicht over de schoolloopbaan van een kind is gekomen. Het advies van de school is bindend.
 
Niet de leeftijd, maar het ontwikkelingsniveau en het ontwikkelingsverloop bepalen de schoolloopbaan van een kind.
De school maakt gebruik van het ontwikkelingsvolgmodel voor jonge kinderen (OVMJK) met daarnaast de Cito-toetsen taal en rekenen voor kleuters.
Aan de hand van deze gegevens zien wij het verloop van de ontwikkeling van het kind en bepalen aan de hand hiervan de verdere schoolloopbaan. Dit kan enerzijds betekenen dat er kleuters zijn die in januari zijn geboren en genoeg hebben aan anderhalf jaar groep 1 en 2. Anderzijds kunnen er kleuters zijn die nog een jaar langer in de kleuterbouw blijven.
De bekende 1 oktoberregel is daarmee verleden tijd.
 
Niet de sociaal-emotionele problematiek is doorslaggevend, maar het totaalbeeld van een kind.
Als besloten wordt om een kind niet door te laten gaan naar een volgend leerjaar dan moet er sprake zijn van meer achterstanden of problemen, en mag dit niet alleen vanwege sociaal-emotionele problemen zijn.
 
Niet het doubleren is zinvol maar de functionele leertijdverlenging.
Van kinderen die een functionele leertijdverlenging krijgen wordt de beginsituatie van de verschillende ontwikkelingsgebieden beschreven. Want leertijdverlenging heeft alleen zin als het functioneel is en als het vertrekpunt de beginsituatie van het kind is.
Dus de beginsituatie is leidend voor het aanbod wat volgt in het nieuwe leerjaar.
 
Afspraken worden op papier vastgelegd. De procedure m.b.t. de herfstkinderen staat hierna vermeld.
 

Procedure m.b.t. herfstkinderen
 
·         Een kind dat in oktober, november of december 4 jaar wordt, start in groep 0-1.
 
·         Binnen 2 maanden: leerkracht (en/of IB-er) gaat op huisbezoek. Om als school goed te kunnen inspelen op de ontwikkeling en leefwereld van nieuwe leerlingen, vragen wij de ouders bij de start van de leerling, een intakeformulier in te vullen. De onderwerpen op dit formulier komen aan de orde tijdens het huisbezoek. De leerkracht maakt een verslag en voegt dit toe aan het dossier van het kind.

·         November: het ontwikkelingsvolgmodel voor jonge kinderen wordt voor alle kinderen ingevuld.
 
·         Januari: afnemen toetsen van het LVS , te weten Taal en Rekenen voor kleuters. Het is ter beoordeling van de leerkracht of kinderen die op dat moment minder dan drie maanden op school zijn wel of niet getoetst worden. Ouders worden hierover vooraf en achteraf geïnformeerd. 
 
·         Mei: toetsen van het LVS afnemen, te weten Taal en Rekenen voor kleuters voor die leerlingen die eerder een onvoldoende scoorden op deze toets(en) of in januari de toets nog niet maakten. Ouders worden hierover geïnformeerd.
 
·         Eind mei/begin juni: het ontwikkelingsvolgmodel voor jonge kinderen wordt ingevuld. De leerkracht heeft een gesprek met de ouders van herfstkinderen over de afgelopen maanden in groep 0-1 en over de voortgang. Deze maand wordt definitief de beslissing genomen of het kind doorgaat of een functionele kleuterverlenging krijgt. Het standpunt van de school wordt onderbouwd met toets- en observatiegegevens, alle gegevens worden met de ouders besproken. Het advies van de school is bindend. De leerkracht stelt vast welke onderwijsbehoeften het kind heeft, zodat het aanbod daar op afgestemd kan worden en het kind kan doorgaan met waar hij of zij gebleven is.
 
 

Kinderen met speciale zorg, de zogenaamde rugzakleerlingen
(LGF)
Er zijn op school diverse kinderen met een zogenaamde ‘rugzak’. Hiermee wordt bedoeld de Leerling Gebonden Financiering (LGF).
Op het moment dat er indicatie is voor een leerling voor een zogenaamde clusterschool, maken de ouders in goed overleg met de school een keuze: óf de leerling wordt geplaatst op de betreffende clusterschool óf er wordt gekozen voor blijven op de basisschool met inzet van LGF, de rugzak.
De leerling gebonden financiering is bedoeld voor kinderen met een handicap of stoornis, die echt extra voorzieningen nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen.
 
Er zijn vier clusters binnen de leerling gebonden financiering:
cluster 1:       voor kinderen met een visuele handicap;
cluster 2:      voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve handicap;
cluster 3:       voor kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap en kinderen die langdurig ziek zijn;
cluster 4:      voor kinderen met psychiatrische- of gedragsstoornissen.
 
De school krijgt voor de kinderen met een ‘rugzak’ extra formatie en een extra budget om te besteden aan de ontwikkeling van het kind. Ook krijgt het kind een ambulant begeleider toegewezen vanuit het cluster waar het onder valt.
De ambulante begeleiding is een flexibele vorm van onderwijskundige begeleiding gericht op de mogelijkheden van het kind en op de wensen van ouders en school.
De begeleiding bestaat uit het bieden van hulp en ondersteuning van de school, de leerkrachten en de leerling en het mede opstellen van handelingsplannen.
De coördinatie van het onderwijs voor deze kinderen dient goed geregeld worden.
 
De leerlingen van groep 1 ontvangen aan het eind van groep 1 als vaststaat dat ze naar groep 2 gaan, een rapport.
De leerkracht van groep 1 gaat op huisbezoek (zodra een kind 2 à 3 maanden op school zit) en bespreekt tijdens spreekuuravonden de ontwikkeling van uw kind.
Vanaf groep 2 krijgen de leerlingen twee keer per jaar een rapport.
Ouders kunnen desge­wenst het rapport bespreken met de groeps­leerkracht.
Hiervoor worden spreek­uuravonden georganiseerd. Daarnaast is er in oktober een spreekuuravond, waarvoor alle ouders worden uitgenodigd. Deze bespreking gaat vooral over de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Bijzonderheden op het gebied van leerprestaties kunnen eventueel ook aan de orde komen.
 
Indien de leerprestaties of het gedrag hiertoe aanleiding geven zal de school eerder initiatieven nemen tot het houden van een oudergesprek. Natuurlijk kunnen ook de ouders een gesprek aanvragen.
De leerkracht van groep 8 plant twee keer per jaar gesprekken van ongeveer 30 minuten op school. In de periode november/december worden de keuzes voor het vervolgonderwijs besproken en de leerprestaties en vorderingen van het kind.
In maart wordt de uitslag van de Cito-eindtoets besproken en wordt de definitieve keuze voor het vervolgonderwijs gemaakt.
 
Gescheiden ouders en recht op informatie
Iedere ouder heeft volgens de wet in principe recht op informatie van de school. Dit is ook het uitgangspunt bij ons op school. Er zijn echter verschillen. De ene ouder heeft recht op meer informatie dan de andere. Een enkeling heeft zelfs helemaal geen recht op informatie. Dat heeft te maken met de wettelijke hoedanigheid waarin de ouders verkeren.
 
Voor ouders die met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en die het gezag over hun kinderen hebben, is de situatie het gemakkelijkst. Zij krijgen steeds gezamenlijk alle informatie over hun kind.
Voor ouders die gescheiden zijn, die niet meer bij elkaar wonen en die wel het gezag hebben, ligt het niet anders. Zij hebben allebei recht op alle informatie over hun kind.
Wij vinden het belangrijk om beide ouders goed en eenduidig te informeren. Daarom worden voor ouderavonden beide ouders voor een gezamenlijk gesprek uitgenodigd. Als een van de ouders dit anders wil, kan hij of zij contact opnemen met de directeur. Alleen in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken.
 
Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op informatie over hun kind. De ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. De school hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Als het gaat om de vader, moet deze bovendien het kind hebben erkend, anders heeft hij helemaal geen recht op informatie, ook als hij erom vraagt.
Deze ouders hebben een beperkt recht op informatie over kun kind. Het betreft alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en eventueel sociaal-pedagogische ontwikkelingen op school.
 
Als het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet hebben de ouders ook geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn indien een rechter of psycholoog heeft beoordeeld dat het geven van informatie aan een ouder het kind schaad.
 
De IB-er maakt jaarlijks een trendanalyse van de CITO-LVS toetsen.
Daarnaast worden ook de entree- en eindtoets geëvalueerd. Opvallende trends worden besproken en kunnen aanleiding zijn voor het maken van beleid, afspraken en/of inzetten van scholing.
 
Plusklas in Hengelo    
Niets is zo ongelijk als de gelijke behandeling van ongelijken.
In ons onderwijs streven wij dagelijks zoveel mogelijk naar het leveren van maatwerk.
Alle kinderen zijn verschillend. Elk kind heeft zijn/haar eigen leerbehoeften, en vraagt om specifieke aandacht. Jarenlang is er in het primair onderwijs vooral aandacht / extra aandacht geweest voor kinderen die uitvielen op de leerstof of op bepaalde onderdelen daarvan.
Alles werd en wordt in het werk gesteld om deze kinderen het gewenste niveau te laten behalen, ofwel eruit te halen wat erin zit.
Met pre-teaching, remedial-teaching, individuele- en groepshandelingsplannen worden deze kinderen geholpen de doelen te bereiken. Dat is een goede zaak en moet vooral zo blijven.
 
In onze groepen zitten echter ook kinderen voor wie de leerstof erg eenvoudig is. Deze kinderen kunnen vrijwel zonder inspanning de basisschoolleerstof doorlopen.
Het is van groot belang om ook deze kinderen uit te dagen en hogere doelen te laten halen. Excellentie in het onderwijs staat momenteel ook hoog op de agenda van de overheid. Binnen ons huidige onderwijs kunnen deze leerlingen na verwerking van de leerstof zich gaan verbreden en verdiepen, middels verdiepingsopdrachten.
Voor leerlingen voor wie de lesstof erg eenvoudig is gebruiken we compacterings­programma’s. Dan wordt de lesstof ingedikt tot de essentie en ontstaat er tijd om op andere gebieden te verdiepen of te verrijken.
Voor enkele kinderen is zelfs deze aanpak niet voldoende. De begaafde en hoogbegaafde leerlingen. We spreken in dat geval over enkele kinderen per school.
 
Daarom is door de Hengelose scholen (behalve de Openbare Basisschool Rozengaardsweide, zij volgen een eigen weg) het plan opgepakt om een plusklas te vormen voor die kinderen die meer en ander onderwijsaanbod nodig hebben.
De deelnemende scholen zijn:
-      Christelijke Basisschool Bekveld
-      PCB Ds J.L. Piersonschool
-      RK Basisschool St Bernardus
-      CBS Varssel
-      r.k. daltonbasisschool De Leer
                                            
 
In Hengelo willen we als gezamenlijke scholen meer aandacht besteden aan de kinderen die aan de bovenkant opvallen.
Omdat we het gevoel hebben dit als individuele school niet alleen te kunnen zoeken we de kracht in de gezamenlijkheid.
 
Wat is een plusklas?
De plusklas is er voor die kinderen die door hun (hoog)begaafdheid niet voldoende hebben aan de reguliere lessen, intellectueel te kort komen, niet genoeg uitgedaagd worden.
Een plusklas wordt gevormd door een groep kinderen die door hun (hoog)begaafdheid problemen hebben of gaan krijgen in de reguliere lessen in het basisonderwijs.
Een plusklas is dus een van de vele vormen van zorg zoals die voorkomen op school.
 
Op alle deelnemende scholen screenen de intern begeleiders kinderen op (hoog)begaafdheid. Hiervoor zijn vaste selectiecriteria vastgesteld.
Als kinderen hieraan voldoen bepaalt de intern begeleider in samenspraak met de groepsleerkracht en de ouders of een leerling kan deelnemen aan de plusklas.
Per periode van 10 weken zal gekeken worden welke kinderen het meest in aanmerking komen voor deelname aan de plusklas.
 
 

Hoe werkt de plusklas?
De plusklas bestaat uit ongeveer 15 kinderen afkomstig van de verschillende scholen.
In eerste instantie is de plusklas voor leerlingen van groep 5 t/m groep 7.
De plusklaskinderen gaan gedurende 14 weken op woensdagmorgen naar een van de deelnemende basisscholen en krijgen daar op een andere manier les.
De lessen worden verzorgd door twee leerkrachten van de deelnemende scholen die vrijgeroosterd worden om de plusklas voor te bereiden en uit te voeren.
Er zal gewerkt worden vanuit de belangstelling van kinderen. Er zullen nieuwe onderdelen aangeboden worden zoals filosoferen met kinderen, een buitenlandse taal zoals Spaans of Frans. Maar ook gastsprekers of excursies behoren tot de mogelijkheden. Aan de kinderen zullen eisen gesteld worden, en er is verslaglegging van de activiteiten door de kinderen in een portfolio.
Aan het einde van de 14 weken presenteren de pluskinderen het geleerde op de eigen school middels een PowerPoint presentatie, tentoonstelling of anderszins.
Aan de plusklas zijn voor ouders geen kosten verbonden.
 
De plusklas heeft voor het schooljaar 2011-2012 nog subsidie vanuit ons samenwerkings­verband. Aan het eind van dit schooljaar hopen wij op een vervolg van de plusklas, maar dan in de vorm van een derde Micado-groep voor de gemeente Hengelo. In het komende schooljaar hopen wij u hierover meer duidelijkheid te kunnen geven.
 
Komend schooljaar zijn er 2 periodes van 14 weken waarin de plusklas draait.  
Deelnemende kinderen zijn die ochtend dus mogelijk op een andere basisschool.
Omdat deze kinderen het programma van de eigen basisschool al compact aangeboden krijgen is er ruimte voor deze nieuwe activiteiten.
Vanuit de plusklas zullen kinderen ook opdrachten meekrijgen die ze op de eigen basisschool moeten uitvoeren. De plusklas laat kinderen die naar boven toe uitvallen in contact komen met gelijkgestemden / ontwikkelingsgelijken. Dit is belangrijk voor de sociaal emotionele vorming en contacten.
Ouders van kinderen die in aanmerking komen voor deelname aan de plusklas zullen hierover benaderd worden door de intern begeleider van de eigen school.
Toestemming van de ouders is altijd nodig voorafgaand aan deelname.
Met het samen uitvoeren van de plusklas komen wij tegemoet aan onderwijsbehoeften van plusleerlingen!
Wij gaan uit van nieuwe kansen en een vruchtbare samenwerking tussen de scholen!
 
MICADO plusklas PRO8
 
In 2009 heeft het bestuur van de Katholieke Onderwijs Stichting Oost Gelre (nu genaamd PRO8) besloten om meer aandacht te schenken aan leerlingen die hoogbegaafd zijn.
Er is een doelstelling geformuleerd, een stuurgroep samengesteld en er zijn plannen gemaakt. Deze plannen vinden zowel op schoolniveau, op stichtingsniveau als op regionaal niveau plaats.
De komende jaren werken we er naar toe dat elke school in staat is passend onderwijs aan begaafde leerlingen te verzorgen.
 

Eén van de plannen, het creëren van plusklassen voor hoogbegaafde leerlingen, is van start gegaan in maart 2010 op twee locaties, te weten:
-      Basisschool De Wegwijzer, locatie De Peppel in Doetinchem;
-      Basisschool St. Martinus in Gaanderen.
 
De beide plusklassen (die de naam hebben gekregen van MICADO-groep), bestaan uit 12 tot 14 leerlingen uit de groepen 4 t/m 7, van de verschillende scholen die bij PRO8 zijn aangesloten.
Deze MICADO groepen draaien of op dinsdag (Doetinchem) of op donderdag (Gaanderen).
Aan deze twee groepen is één leerkracht gekoppeld.
 
Deze MICADO groepen zijn er alleen voor hoogbegaafde leerlingen die voldoen aan de volgende criteria:
-      voor begrijpend lezen en voor rekenen hebben deze leerlingen een consequente A+ score;
-      mogelijke aanwezigheid van een intelligentieonderzoek waarbij het gemiddeld IQ 130 is of hoger;
-      bij bovenstaande wordt gelet op de volgende leeraspecten: snel van begrip / grote of diepgaande interesse / creatief en inventief in denken / ongewoon grote woordenschat / grote parate kennis / geestelijk vroegrijp / scherp opmerkingsvermogen / snel begrijpen van de leerstof. Deze worden gekoppeld aan aspecten van zelfbeeld, omgang en werkhouding.
 
Voor vragen kunt u zich per email richten tot de voorzitter van de werkgroep
de heer F. ten Velde: fransiscus58@gmail.com
 
                                          
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Het Plusproject VO
 
Het Plusproject  VO is ontstaan uit een initiatief basisschool het Timpaan te Wehl en basisschool de Laetare te Kilder. Samen met het voortgezet onderwijs te Doetinchem zijn er lessen ontwikkeld voor meerbegaafde kinderen van groep 8. Hiervoor is een subsidie vanuit het Samenwerkingsverband toegekend.
De doelstellingen van dit Plusproject zijn: het verbreden van het onderwijsaanbod voor meerbegaafde leerlingen in het basisonderwijs, voorkomen van dubbeling in de leerstof van de bovenbouw van het basisonderwijs en onderbouw voortgezet onderwijs, het bevorderen van de sociaal-emotionele ontwikkeling van deze groep kinderen en aanspreken op hun niveau.
Het Ulenhof College en het Ludger College zijn gestart met het ontwerpen van lessenseries voor basisschoolleerlingen uit groep 8. De overige scholen voor voortgezet onderwijs te Doetinchem sluiten deelname in de toekomst niet uit.
 
Het selecteren van de leerlingen die in aanmerking komen voor het Plusproject verloopt via vastgestelde criteria (vergelijkbaar met de criteria voor onze plusklassen). Van essentieel belang is dat de leerlingen consequent hoog presteren op meerdere vakgebieden.
 
Hoe ziet het Plusproject er praktisch gezien uit?
Er wordt gewerkt aan de hand van twee rondes: de eerste ronde vindt ongeveer plaats in de periode eind oktober- eind december, de tweede periode vanaf begin maart tot eind april. De leerlingen volgen bijvoorbeeld de eerste ronde op het Ulenhof College, de tweede ronde op het Ludger College en vice versa. Een ronde bestaat uit 6 lessen. De lessen zullen steeds een middag in beslag nemen.
Het Ulenhof College (o.v.) biedt aan: Engels, Geschiedenis, Sterrenkunde, Beeldende Vorming. Deze laatste twee vakken zullen in het Engels worden gegeven. Het Ludger College (o.v.) verzorgt lessen in: Klassieke Vorming en Natuurkunde.
Steeds wordt er voor gezorgd dat de leerlingen geen dubbeling in leerstof zullen ondervinden.
Nadat de leerlingen de lessen van een ronde hebben afgerond volgt er een presentatie en beoordeling in hun eigen groep op de basisschool.
 
Het vervoer naar en van Doetinchem dient door de ouders/verzorgers zelf verzorgd te worden en valt daarmee onder de verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers zelf. 
 
Natuurlijk is het zo dat de leerlingen die meedoen aan het Plusproject een aantal lessen op de basisschool zullen missen. Met de groepsleerkracht worden afspraken gemaakt om een variatie aan te brengen in de vakken die gemist worden (zodat de leerling niet steeds hetzelfde vak mist) en dat de instructie zo veel mogelijk gevolgd kan worden. De leerkracht bepaalt welke stof van belang is om tijdens schooltijd in te halen.
De inspectie heeft bevestigd dat de pluslessen worden geaccepteerd als basisonderwijstijd.
 
De intern begeleider neemt contact op met de ouders van de kinderen van groep 8, die voor deelneming in aanmerking komen. Voor ouders zijn er geen kosten aan verbonden.
 
School Maatschappelijk Werk
In de opvoeding van onze kinderen lopen we allemaal wel eens tegen vragen aan.
Soms lossen zaken zich als vanzelf op, soms is het prettig om even met iemand te kunnen overleggen. Als er vragen of zorgen zijn over het gedrag, de ontwikkeling of thuissituatie van kinderen, dan kunnen de directeur, de IB-er, leerkrachten en natuurlijk de ouders een beroep doen op Marieke Dekkers, school maatschappelijk werkster. Ook kan ze aanschuiven bij overlegsituaties om mee te denken in wat er nodig is voor het kind, het gezin en de school.
U kunt ook via de leerkracht of intern begeleider vragen of de schoolmaatschappelijk werkster u wil bellen om een afspraak te maken.
Natuurlijk mag u ook zelf contact met Marieke Dekkers opnemen door haar te bellen of te mailen.

U kunt Marieke Dekkers op maandag t/m vrijdag als volgt bereiken*:
telefoonnummer       : 06-46378609
per e-mail                  : m.dekkers@mee-og.nl
 
*          Tijdens haar zwangerschapsverlof wordt Marieke Dekkers vervangen door
 Ingrid Stroband, van maandag tot en met vrijdag bereikbaar op
nummer 06-46378635 (op vrijdag alleen in de even weken).
 
·         Opvoeden is een mooie taak, maar soms ook een ingewikkelde taak. Iedere ouder heeft hierover wel eens vragen, zoals: mijn kind zeurt zoveel, vraagt constant aandacht, luistert slecht.
·         Soms zijn er omstandigheden in een gezin die voor kinderen moeilijk zijn, bijvoorbeeld: echtscheiding, overlijden, ziekte. Het kan dan prettig zijn om samen eens de zaken op een rijtje te zetten en te kijken hoe ouders en school het kind zo goed mogelijk kunnen helpen.
·         Ouders en school signaleren dat het kind niet lekker in zijn vel zit, onzeker of faalangstig is, lichamelijke klachten heeft of ongewenst gedrag laat zien. Het kan dan zinvol zijn om samen te bespreken wat het kind nodig heeft om zich prettig te voelen en zich te kunnen ontwikkelen.  
 Het schoolmaatschappelijk werk wil graag laagdrempelig zijn, een plek waar ouders, leerkrachten en IB-ers twijfels, vragen en zorgen kunnen bespreken in een vroegtijdig stadium. In één of meerdere gesprekken op school of bij ouders thuis wordt de situatie in kaart gebracht en kunnen adviezen gegeven worden waar ouders en school mee verder kunnen. Als er meer hulp nodig is, dan zal Marieke Dekkers hierover een advies geven en indien gewenst bemiddelen om passende hulp te realiseren.
 
Kindermishandeling
Juist als u twijfelt
Kindermishandeling komt in Nederland meer dan 100.000 keer per jaar voor.
Veel slachtoffers krijgen nooit hulp omdat niemand aan de bel trekt. Als u wat merkt van kindermishandeling in uw omgeving, doe dan iets. Juist als u twijfelt.
Op de website www.watkanikdoen.nl vindt u tips en informatie.
Wilt u meteen met een professional spreken? Bel dan met het AMK (Algemeen Meldpunt Kindermishandeling): 0900-1231230.
De school handelt volgens het protocol Kindermishandeling. Alle leerkrachten zijn op dit onderwerp geschoold.