De Leer - r.k. daltonbasisschool

Daltonbeleidsplan

 

 Inhoud
Hoofdstuk
Titel
Pagina
1
Inleiding
3
2
Voor wie is dit document geschreven
4
3
Relatie met andere beleidsstukken
5
4
Waarom daltononderwijs, een verantwoorde keuze
6
 
De 10 kenmerken van goed onderwijs
6
4.1
Rollen waarop de school voorbereidt
7
4.2
Op welke manier geven we kinderen verantwoordelijkheid ?
8
4.3
Wat verstaan wij onder effectieve instructie
8
4.4
Het inzetten van handelingswijzers
9
4.5
Hoe houden wij rekening met meervoudige intelligentie ?
10
4.6
Hoe gaan wij om met verschillen ?
10
5
Organisatie van ons daltononderwijs
11
5.1
Dagkleuren
11
5.2
Dagritmekaarten/maatjesbord
12
5.3
Symbolen
13
5.4
De taak
15
 
Taakperiode
15
 
De vakken in de taak
16
 
Omvang en inhoud van de taak: maatwerk
16
 
Samenwerken in de taak
16
 
Planning en notatie
16
 
Evaluatie en beoordeling
17
 
Lay-out
17
5.5
Takenbord kleuters
18
5.6
(Zelf-) correctie
19
5.7
Keuzewerk
20
5.8
Uitgestelde aandacht
21
 
Het schouder- of oogmaatje
21
 
Symbolen
21
5.9
Samenwerken / Coöperatief leren
23
5.10
Materialen
24
5.11
Werkplekken
25
 
Voorbereiding bij de kleuters
25
 
Groep 3 t/m 8
25
 
Belangrijkste werkafspraak
26
5.12
De kring
27
5.13
Zorg voor klas, school en schoolomgeving
28
 
Hulpjes / klassendienst
28
6
Informatie en rapportage
29
7
Daltonbeleidsvoornemens 2007-2011
30
8
Verdere ontwikkelingen
35
8.1
Ontwikkelingsonderwerpen op korte termijn
35
8.2
Daltoncoördinator, een taak in ontwikkeling
35
8.3
De leerkracht
35
8.4
Klassenbezoeken
36
8.5
Functioneringsgesprekken en dalton
36
8.6
Overige instanties, organisaties, ontwikkelingen van belang voor De Leer
37
9
Bijlagen:
  • registratieblad groep 1 en 2
  • weektaken van groep 3 t/m 8
  • afspraken coöperatief leren
  • 9-veld
  • daltonaspecten van het rapport
  • SEO-formulier
  • certificeringeisen voor leraren basisonderwijs
  • websites, overige informatie
40
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
1.   Inleiding
 
Een daltonbeleidsplan voor r.k.daltonbasisschool De Leer.
 
In dit daltonbeleidsplan staat beschreven hoe het onderwijsteam van r.k. daltonbasisschool De Leer uit Hengelo (Gld) het daltononderwijs gestalte geeft. Niet omdat het moet, maar omdat het team daar trots op is en om te bewaken dat gemaakte afspraken levend blijven binnen de school. Een praktisch werkdocument.
 
Het gaat er in dit document om hoe er dagelijks in de omgang met de kinderen op school wordt gewerkt. Met welke materialen, welke didactiek / pedagogiek, taken, regels en afspraken.
Kortom hoe ziet het onderwijs op De Leer er dagelijks uit.
Het zal daarom ook een zich ontwikkelend document zijn.
De ontwikkelingen buiten en binnen het onderwijs gaan snel. Als school speel je in op diverse omgevingsfactoren en diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld digitale ontwikkelingen.
Dit document zal daarom jaarlijks bekeken en aangepast worden aan nieuwe doelstellingen die wij ons stellen. De doelstellingen worden vertaald in diverse beleidsvoornemens.
Binnen deze beleidsvoornemens zijn specifieke “daltonontwikkelpunten” terug te vinden. Zij krijgen een plaats in onze vier jaren cyclus, het schoolplan 2007-2011.
 
Namens het team van De Leer,
Anita Kroonen – Kennis, Directeur.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2.   Voor wie is dit document geschreven
 
Vanaf 17 november 2003 prijkt bij r.k. daltonbasisschool De Leer het daltonpredikaat aan de muur:
 
 
 
Sinds die tijd wordt steeds vaker de behoefte gevoeld om zaken op papier te zetten. Er ontstond  behoefte om interne afspraken helder te houden en vast te leggen.
In de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008 volgen / volgden alle leerkrachten gezamenlijk een daltoncursus, waarin de nadruk ligt op het ontwikkelen en vastleggen van "de rode draad" binnen ons Daltononderwijs.
Na afloop van deze cursus mag iedere leerkracht zich gecertificeerd daltonleerkracht noemen en zal het daltonbeleid van de school helder geformuleerd zijn.
 
De school heeft in zijn bestaan altijd ruimte geboden aan alle katholieke kinderen van het dorp maar was anderzijds ook in trek bij ouders die bewust voor Daltononderwijs kozen, omdat zij vonden dat die vorm van onderwijs het beste bij hun eigen opvoedingsvisie paste.
 
En daarmee zijn in de twee bovenstaande alinea's de belangrijkste groeperingen genoemd waarvoor dit daltonboek is geschreven:
v         de leerkrachten en het overige personeel van de school (inclusief invalleerkrachten)
v         ouders van kinderen van De Leer
v         ouders die overwegen hun kind aan te melden als leerling op r.k. daltonbasisschool De Leer
 
Verder is dit document interessant voor instanties die zich op de hoogte willen stellen van de werkwijze van de school.
Te denken valt aan:
v         de onderwijsinspectie,
v         visiteurs van de Nederlandse Dalton Vereniging,
v         het schoolbestuur en
v         andere (dalton)basisscholen.
 
 
In 2008-2009 zal de school weer gevisiteerd worden en de predikaatverlenging zal worden aangevraagd.
 

3.   Relatie met andere beleidsstukken
 
Het schoolplan
Iedere Nederlandse school heeft een schoolplan, waarin uitgebreid wordt verwoord hoe er wordt gewerkt, waarom er zo wordt gewerkt, welke materialen daarbij worden gebruikt en wat de ontwikkelingsplannen, de beleidsvoornemens voor een periode van vier schooljaren zijn.
De reikwijdte van het schoolplan is daarmee groter dan die van het plan dat nu voor u ligt.
In dit daltonbeleidsplan worden voornamelijk de praktische afspraken beschreven die binnen het onderwijsteam zijn gemaakt om ervoor te zorgen dat onze school een daltonschool is en blijft.
 
De schoolgids, de schoolkalender
Een keer per 4 jaar ontvangen alle ouders een actuele schoolgids. Aan het begin van ieder schooljaar wordt de schoolkalender uitgegeven aan alle ouders van kinderen op onze school. Wijzigingen of toevoegingen aan de inhoud van schoolgids worden jaarlijks in de schoolkalender vermeld zodat ouders altijd een actueel totaalbeeld hebben van de school en haar ontwikkelingen.
Daarnaast krijgen ouders die overwegen hun kind aan te melden op De Leer een schoolgids en een schoolkalender.
In deze gids staat veel praktische informatie voor ouders, maar er wordt ook in uitgelegd wat daltononderwijs inhoudt.
Er is echter beperkte ruimte om over daltononderwijs uit te weiden. Het blijft bij een uiteenzetting op hoofdpunten.
Wie door de tekst in de schoolgids geïnteresseerd is geraakt in het daltononderwijs en meer gedetailleerd wil weten hoe er in de praktijk mee wordt gewerkt, kan verdieping vinden in dit daltonbeleidsplan.
 
Overige plannen: formatieplan en zorgplan
Het basisonderwijs kent verder ook het formatieplan en het zorgplan.
Het eerste beschrijft, vrij technisch, hoe de door de overheid beschikbaar gestelde personele formatie wordt ingezet en het tweede beschrijft hoe de leerlingenzorg wordt vormgegeven binnen het samenwerkingsverband van scholen waar onze school deel van uitmaakt.
 
Voor beide plannen geldt, dat het daltonelement er niet rechtstreeks in te herkennen zal zijn.
Toch zijn er wel raakvlakken. Deze staan beschreven in dit daltonbeleidsplan.
Zo streven wij ernaar om door de inzet van personeel en door de dalton werkwijze veel tijd te kunnen besteden aan de individuele leerlingen, waardoor de leerlingenzorg goed tot zijn recht kan komen.
 
 

4.   Waarom daltononderwijs
Op onze school wordt daltononderwijs gegeven, omdat de leerkrachten een bepaalde visie hebben op de maatschappij, op hoe je als (volwassen) mens in die maatschappij zou moeten functioneren. Opvoeden tot mensen zonder vrees, het is voor ons team “a way of life”.  
Hierop is de dalton visie gebaseerd en de opvoeding van en het onderwijs aan kinderen.
Zonder al te theoretisch te willen worden, willen we die visies in dit hoofdstuk kort toelichten en zetten naast de algemene uitgangspunten van het daltononderwijs.
 
Daltononderwijs kan worden samengevat in de volgende drie kenmerken:
  1. Vrijheid / verantwoordelijkheid.
    Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het een kan niet zonder het ander. Het daltononderwijs ziet een mens / kind als een persoon die zelf mag en kan kiezen, maar die voor de gevolgen van zijn keuzes ook zelf de verantwoordelijkheid draagt.
  2. Zelfstandigheid.
    Zelfstandigheid kan alleen tot zijn recht komen als kinderen voldoende vrijheid en verantwoordelijkheid wordt geboden.
  3. Samenwerken.
    Overal in het leven zal blijken dat een mens ondanks zijn vrijheid en zelfstandigheid, niet zonder zijn medemens kan. Een medemens om te steunen en om steun van te krijgen.
    En een medemens ook, die de grens van de persoonlijke vrijheid mede bepaalt. De grens van de individuele vrijheid wordt altijd gevormd door de vrijheid van de ander. Daarom is het kunnen samenwerken een belangrijke vaardigheid voor het goed kunnen functioneren als mens.
 
 
Goed onderwijs kenmerkt zich door :
  1. Mix van onderwijsleervormen
  2. Heldere uitleg en instructie
  3. Geregelde feedback en toetsing
  4. Voldoende tijd en doelgerichtheid
  5. Voldoende duidelijkheid en structuur
  6. Stap voor stap leren
  7. Leren leren
 
Al deze 8 onderdelen zitten dagelijks in het onderwijsaanbod van onze school.
We willen hieraan toevoegen dat goed onderwijs zich ook kenmerkt door

 
  1. Professionele leerkrachten / directie / IB-er
  2. Goede samenwerking binnen het team
  3. Structurele analyses van onderwijsopbrengsten
  4. Goede voorzieningen en materialen
  5. Deskundigheidsbevordering voor iedereen
  6. Kwaliteitszorg
  7. Goede arbeidsomstandigheden
  8. Goede samenwerking met de diverse geledingen zoals M.R., O.R. en contactouders
 
Kenmerken van onze school in trefwoorden
De goede daltonschool die wij willen zijn, kenmerkt zich vooral door:
1.      een goed pedagogisch klimaat
2.      een rode draad, qua werkwijze, door de school
3.      taken
4.      de rol van het keuzewerk
5.      uitgestelde aandacht
6.      op een goede manier samenwerken (zowel in de taak als daarbuiten)
7.      een differentiatiemodel
8.      realiteitsonderwijs
9.      het gebruik van dagkleuren
10. een samenwerkend team (leren van elkaar, opvattingen delen, intervisie)
11. ook eisen stellen / ter verantwoording roepen
 
De hier genoemde onderwerpen zijn grotendeels uitgewerkt en beschreven in dit daltonboek.
Onze ontwikkelpunten op dalton gebied staan beschreven in hoofdstuk 7 de daltonbeleidsvoornemens.
Dit daltonbeleidsplan zal jaarlijks onderwerp van bespreking zijn en blijven. En zo hoort het ook. Onderwijs en dus ook onze school is nooit af.
 
4.1 Rollen waarop de school voorbereidt

 
Het kind in het vervolgonderwijs
Niet alleen het traditionele "huiswerk maken" vraagt van de kinderen dat ze bovengenoemde vaardigheden beheersen. De ontwikkelingen in het VMBO en het Studiehuis doen een steeds groter beroep op de zelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen. Zij zullen ook steeds vaker projecten en studieopdrachten krijgen waarbij je niet individueel, maar samen met medescholieren zaken moet uitwerken.
In het hoger onderwijs is deze manier van werken al veel langer gebruikelijk.
 
De volwassene als beroepsbeoefenaar
Beroepen waarbij je in je eentje werkt en alleen maar moet doen wat de baas je opdraagt, komen nauwelijks (meer) voor.
In de meeste beroepen in onze moderne, westerse kennismaatschappij worden initiatief, verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit verwacht. Vaak zal er moeten worden overlegd met collega's, met opdrachtgevers en met diverse instanties.
Zowel zelfstandigheid als het goed kunnen samenwerken zijn daarbij essentieel.
 
De volwassene als medeburger
De maatschappij is gebaat bij mensen die zich actief inzetten voor de samenleving: mensen die zich verantwoordelijk voelen voor hun medemens en daarom bijvoorbeeld vrijwilligerswerk willen doen, mensen die geëngageerd zijn en willen deelnemen aan de democratische processen in de samenleving en mensen die oog hebben voor de noden van hun medemensen. Burgerschap!
 

Hier staan we voor
De thema's vrijheid / verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, samenwerken worden door alle dalton basisscholen onderschreven, maar de uitwerking verschilt. Dit geldt ook voor onze school.
Op onze school leren we onze kinderen om deze vaardigheden te ontwikkelen en kunnen ze ermee experimenteren, zodat ze goed voorbereid worden op hun volwassen leven en hun functioneren in het voortgezet onderwijs.
In het onderstaande overzicht staat omschreven welke accenten wij op De Leer willen aanbrengen.
 
1.      De basis van al ons handelen moet zijn gericht op het creëren van een pedagogisch klimaat waarin de sociale en emotionele veiligheid voor het kind gewaarborgd worden.
2.      Oordeelsvermogen. Kinderen moeten elkaar respecteren.
3.      Er wordt rekening gehouden verschillen tussen leerlingen. Hiervoor is het nodig de ontwikkeling van het kind goed in de gaten te houden. Het betreft hier niet alleen verschillen in cognitieve vaardigheden, maar ook verschillen in bijvoorbeeld belangstelling, werkhouding en creativiteit.
4.      Vrijheid betekent voor ons, dat de leerkracht een deel van de verantwoordelijkheid voor het leren bij het kind legt. Essentieel hierbij is het feedback geven aan en het begeleiding van het kind.
5.      Er wordt zoveel mogelijk les gegeven vanuit concrete leefsituaties.
6.      Kinderen moeten leren allerlei informatiebronnen te hanteren en te beoordelen.
7.      Er wordt gestreefd naar een grote variatie in werkvormen en materialen.
 
4.2 Op welke manier geven we de kinderen verantwoordelijkheid
 
Het Daltononderwijs ziet een mens / kind als een persoon die zelf mag en kan kiezen, maar die voor de gevolgen van zijn keuzes ook zelf de verantwoordelijkheid draagt.
Kinderen nemen/zijn verantwoordelijk(heid) voor:
  • de eigen planning van de dag/week.
  • het verloop van de dag. Dagritme wordt in de groep zichtbaar gemaakt.
  • de eigen gemaakte keuzes binnen het taakwerken.
  • de vrijheid om wel of niet instructie te volgen.
  • het afkrijgen van de opdrachten.
  • de eigen manier van corrigeren.
  • het zelf om hulp vragen, als er veel fouten gemaakt zijn.
  • de gevolgen van zelf bedachte oplossingen bij problemen.
  • de sociale omgeving: rekening houden met, elkaar helpen, samenwerken, etc.
  • de te gebruiken materialen en de schoolomgeving.
  • het kiezen van een gunstige werkplek.
  • het naleven van de regels en zo voor de goede sfeer in de groep.
 
4.3 Wat verstaan wij onder effectieve instructie
 
Bij het aanbieden van (nieuwe) leerstof is het geven van instructie een belangrijk aspect van het onderwijsgedrag.
Aan het begin van de week wordt er bij ons op school uitleg gegeven over de weektaak aan alle kinderen, zodat de leerlingen weten wat er de komende week van hen wordt verwacht.
Op de weektaak wordt met een kruisje aangegeven bij welke vakken en op welk moment, instructie gegeven wordt voor de hele groep. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van het directe instructiemodel.
 
 
Dit model wordt het Directe Instructiemodel  genoemd, omdat de uitvoering van het onderwijsproces in belangrijke mate gecontroleerd wordt door de leerkracht. Dit wil niet zeggen dat het directe instructiemodel niet interactief is. Dat is het namelijk wel! De leerkracht dient juist bij de uitleg van nieuwe leerstof de leerlingen actief bij de les te betrekken, bijvoorbeeld door het stellen van veel vragen of het geven van korte opdrachten.
Dit model blijkt zeer effectief te zijn voor kinderen in achterstandssituaties. Deze kinderen, die meestal niet beschikken over zelfregulerende studievaardigheden, hebben veel behoefte aan actieve instructie en begeleiding door de leerkracht. Daarnaast echter kunnen ook leerlingen, die een relatieve ontwikkelingsvoorsprong hebben, van hetzelfde model profiteren, wanneer zij de ruimte krijgen om zelfstandig te werken, na een relatief korte en gestructureerde instructie.
 
De leerkracht geeft aan welk deel verplicht is, daarna kunnen leerlingen zelf bepalen of ze meer instructie behoeven. Vervolgens werkt een klein groepje leerlingen tijdens het werken aan de weektaak, aan de instructietafel met de leerkracht.
 
Bij onderdeel 2 van het directe instructiemodel “presentatie” wordt het digi-bord vaak ingezet met voorbereide lessen. Dit zorgt ook voor effectieve instructie.
 
 
4.4 Het inzetten van handelingswijzers
 
Voor een effectieve instructie kan er ook gebruik gemaakt worden van handelingwijzers. Een handelingswijzer is een instrument, dat kinderen met pictogrammen, foto’s en of tekst, duidelijk maakt wat er wordt gevraagd of verlangd.
In de kleutergroepen wordt er bij de taakwerkjes altijd gewerkt met een voorbeeld. Bij een vouwopdracht wordt er een vouwreeks gemaakt, zodat kinderen zelfstandig hiermee kunnen werken. In groep 3 werken de kinderen zelfstandig met op meervoudige intelligentie gebaseerde leskisten. Hierin zitten handelingswijzers voor het uitvoeren van de opdrachten. Momenteel wordt dit in groep 4 t/m 8 uitgebouwd en verzameld. In de bovenbouw zijn er techniekleskisten ontwikkeld, waarin opdrachten zitten die de leerlingen zelfstandig uitvoeren aan de hand van handelingswijzers.
Ook de materialen van de kieskast zijn vaak voorzien van een handelingswijzer. 
 
 
 
 
4.5 Hoe houden wij rekening met meervoudige intelligentie?
 
Op onze school werken wij (met coöperatief leren) met verschillende werkvormen. Verschillende samenwerkingsvormen passen bij verschillende intelligenties. Teambouwers en klassenbouwers worden ook op verschillende intelligenties ingezet.
 

Voor groep 3 zijn zogenaamde M.I.-leskisten ontwikkeld, die worden ingezet bij de verschillende thema’s als keuzemateriaal voor de kieskast. Afgestemd en passend bij de leerstofkernen van Veilig Leren Lezen.

Alle andere groepen hebben voor de kieskast verschillende materialen, waarbij rekening is gehouden met de verschillende intelligenties. Kieskastmaterialen worden regelmatig vernieuwd/verwisseld, zodat er weer nieuwe uitdagingen zijn voor de leerlingen.
 
 
4.6 Hoe gaan wij om met verschillen
 
Op onze school wordt er op de volgende manieren omgegaan met verschillen:
  1. Leerlingen werken met een aangepaste weektaak:
    • minimaliseren van de stof voor kinderen met een lager werktempo
    • compacteren van de stof voor leerlingen, die de stof sneller kunnen verwerken
    • extra opdrachten voor leerlingen, die meer aankunnen
  2. Leerlingen krijgen instructie naar behoefte.
  3. Voor extra hulp krijgen de kinderen een handelingalternatief/handelingsplan.
  4. Indien nodig werken leerlingen met een eigen leerlijn, waarbij het streven is om eind groep 8 minimaal de einddoelen van groep 6 te behalen.
  5. Keuzemateriaal is er voor de verschillende intelligenties/interesses/vakvormingsgebieden
  6. Wij werken volgens het principe van de handelingsgerichte procesdiagnostiek: wij kijken naar kansen en mogelijkheden en sluiten aan bij wat de kinderen al kunnen. Er wordt hierbij ook gekeken naar het toepassen/uitvoeren van leerlingen van de daltonpijlers.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
5 Organisatie van ons daltononderwijs
 
5.1 Dagkleuren
 
Iedere dag van de week wordt in de hele school aangegeven met een vaste kleur.
Deze kleuren structureren de week voor de kinderen, wat hen helpt om een planning te kunnen maken.
De kleuren hangen in iedere groep aan de muur, zodat het kind steeds kan zien "waar in de week we zijn".
Daarnaast worden de dagkleuren gebruikt bij de administratie van verschillende zaken.
 
Kleutergroepen
In de kleutergroepen wordt de dag van vandaag aangegeven door middel van een knijper aan het betreffende kaartje. In de ochtendkring wordt dit besproken.
We maken gebruik van een registratieformulier waarop de kinderen met een gekleurd potlood (van de bijbehorende dag) aan kunnen geven welk taakwerkje zij gemaakt hebben
 
Groepen 3 t/m 8
Op hun takenblad geven de kinderen met de dagkleur aan dat ze een bepaalde opdracht af hebben gekregen.
Vooral als de taak meerdere dagen beslaat, geeft dit de leerkracht informatie over de leerstijl van het kind en biedt het de mogelijkheid om hem hierbij te begeleiden.
Een kind dat in het begin weinig productief is en vervolgens alles op het laatste moment moet maken, moet geleerd worden dit beter te spreiden.
Kinderen die duidelijk te snel van start gaan en daarbij veel fouten maken, moet worden geleerd dat de kwaliteit van het werk belangrijker is dan dat het snel af is.
In de hogere groepen (vanaf groep 4) worden de dagkleuren ook gebruikt om een planning op het taakblad te maken. De kinderen geven vooraf aan op welke dag ze bepaalde opdrachten denken te gaan doen. Vervolgens wordt aangegeven op welke dag het daadwerkelijk is gemaakt.
 
De dagkleuren zijn:
maandag           rood                                                    
            dinsdag                            blauw
            woensdag         oranje
            donderdag       groen
            vrijdag             geel
 
 
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen planning.
zelfstandigheid
Zelfstandig administreren.
samenwerking
 
 

5.2        Dagritmekaarten / Maatjesbord
 
De dagkleuren zorgen door de hele school heen voor een ordening van de week.
Daarnaast hanteren we in verschillende groepen aanvullende materialen om de kinderen steun te bieden bij het ordenen van tijd en hun bezigheden.
 
Groep 1 en 2 : Dagritmekaarten
Een hulpmiddel om de dag voor de jongste kinderen te ordenen is het dagritmekaarten.
Dit pakket bestaat uit een aantal kaarten met afbeeldingen die de verschillende activiteiten voorstellen die voor de bewuste dag gepland staan.
 
Deze activiteiten worden aan het begin van de dag op volgorde gehangen.
Door middel van een knijper wordt bijgehouden "waar we zijn".
Het gebruik van het dagritmepakket brengt ordening en geeft de kleuters structuur en rust.
 
 
Groep 3 tot en met 8:      
Voor groep 3 t/m 8 ligt het werken met een dag/weekritme in de planning. Groep 3 gaat werken met een dagritme d.m.v. afbeeldingen en woorden. Later zullen de afbeeldingen worden vervangen door alleen de woordjes. Groep 4 t/m 8 werkt met dagritme in woorden. Ieder vakgebied/groep heeft een eigen kleur. Per dagdeel wordt aangegeven hoe het programma eruit ziet.
 
Groep 1 en 2: Maatjesbord
In groep 1/2 wordt er gewerkt met een maatjesbord. De symbolen van de naamkaartjes van de kinderen worden gekoppeld aan een maatje. Zo weten de kinderen wie de komende twee weken hun vraagbaak is, met wie ze in de rij staan en met wie ze hun samenwerkingsopdrachten doen .
 
 
Groep 3 tot en met 8: Maatjeswerk
In groep 3 tot en met 8 wordt er gewerkt met schoudermaatjes en oogmaatjes. Deze worden regelmatig verwisseld.
 
 
 
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
De kinderen voelen zich medeverantwoordelijk voor het verloop van de dag. Het stimuleert het taakbesef.
Zelfstandigheid
Het dagritmepakket is een voorstadium van het leren plannen.
Samenwerking
Met maatjesborden leer je met iedereen samen te werken.
 
 
 
5.3 Symbolen
 
Op verschillende plaatsen in de school worden symbolen gebruikt.
Bijvoorbeeld:
v         Niet storen - bordjes op de deur van de lokalen en andere ruimtes. Als er in het lokaal activiteiten plaatsvinden waarbij het storend zou zijn als er iemand binnen zou komen, dan komt er Niet Storen op de deur te hangen. Iedereen (kinderen, leerkrachten, ouders, bezoekers) wordt geacht dit te respecteren.
 
v         Uitgestelde-aandacht-tekens.
Aan het symbool (bij de kleuters een bloemenketting en in de andere groepen een blok met een groene of rode kleur) kan het kind zien of het met zijn vraag bij de leerkracht terecht kan of dat het een andere oplossing moet zoeken. Bij het onderwerp uitgestelde aandacht zal hier verder op ingegaan worden. Zie verder hoofdstuk 5.8.
 
v         Het planbord bij de kleuters.
Kinderen kunnen zelf aan de kaartjes op het keuzebord zien welke hoeken / activiteiten er nog vrij zijn en maken vervolgens hun keuze. Met hun eigen symbool geven ze op dit bord aan wat ze hebben gekozen. Deze symbolen worden ook doorgevoerd in de kaartjes op de stoelen , kaartjes op de kapstokken en de kaartjes op het maatjesbord. Zie verder hoofdstuk 5.5.
v         Niet-storen blokjes op de tafel van het kind.  
                                                      
 
 
 
Samenwerken betekent ook, dat kinderen elkaar om hulp mogen vragen.
Wij besteden in de groepen ook aandacht aan hoe je hulp vraagt: vriendelijk en zonder onnodig te storen. Soms mag een kind ook weigeren een ander te helpen, bijvoorbeeld als het zelf bezig is met iets dat de volledige concentratie vereist, of als het zo vaak wordt gevraagd te helpen, dat het eigen werk eronder dreigt te gaan lijden. Ook in dat geval moet het kind leren om vriendelijk "nee" te zeggen. In de groepen 3 t/m 8 hebben de kinderen een blokje met o.a. de kleur rood, dat ze op hun tafel mogen leggen op momenten dat ze niet mogen worden gestoord. Groen geeft aan dat ze beschikbaar zijn voor samenwerken of vragen. Het vraagteken laat aan de leerkracht en aan de andere kinderen zien dat er een probleem is.
v         Het stilteteken hangt in iedere klas duidelijk zichtbaar op een geplastificeerde kaart. Als de leerkracht zijn hand omhoog houdt, weten de kinderen dat ze moeten stoppen met werken en praten en de aandacht naar de leerkracht naar de leerkracht moeten verschuiven. Zij laten dit zien door zelf ook de hand op te steken.
 
 
 
 
 
 
 
 
v         Kleurenklok en Time Timer
 
Kleurenklok
De groepen 1 t/m 4 hebben allemaal een grote kleurenklok voor klassikaal gebruik en een aantal kleine klokjes voor individueel gebruik.
De kleurenklok is een handig hulpmiddel, om kinderen zelfstandig te leren werken.
De wijzerplaat van de kleurenklok is ingedeeld in vaste tijdsblokken met een vaste kleur. Zo staat geel bijvoorbeeld voor 20 minuten en lichtblauw voor 10 minuten. De klok heeft 1 wijzer.
Per keer dat je een kind zelfstandig wilt laten werken, maak je een afspraak met het kind. Bijvoorbeeld: je mag nog 15 minuten achter de computer. Die ene wijzer op de klok zet je aan het begin van het blauwe vlak. De wijzer loopt gewoon door zoals op een normale klok. Tijdens het verstrijken van de tijd kan het kind zelf de kleur in de gaten houden. Hij ziet de wijzer vooruit gaan; zodra de volgende kleur is bereikt weet het kind dat zijn tijd voorbij is.
Kinderen kunnen zo zelf hun vooraf afgesproken tijd om te werken in de gaten houden. Ze kunnen duidelijk zien wanneer de tijd voorbij is. Want dan namelijk komt de wijzer op een andere kleur. Voor kinderen wordt visueel gemaakt hoe lang een periode duurt.
Het belangrijkste doel is kinderen leren een periode zelfstandig bezig te zijn.
Uit ervaringen van leerkrachten die werken met de kleurenklok weten we ook dat:
  • Kinderen gemotiveerd zijn om met de kleurenklok te werken (ze gaan er zelfs om vragen)
  • Kinderen ervaren rust
  • De tijd die binnen een kleur nog rest, gaat het kind daadwerkelijk gebruiken.
Een ander voordeel van de kleurenklok voor kinderen is dat deze ook daadwerkelijk opbouwend kan werken. Een kleur verder betekent namelijk al weer langer zelfstandig kunnen werken.
 
Time Timer
 
 
De groepen 5 t/m 8 hebben allemaal een grote Time Timer voor klassikaal gebruik en een aantal kleine klokjes voor individueel gebruik.
Om de Time Timer aan te zetten beweeg je de rode schijf tegen de klok in naar de gewenste tijd. De rode schijf verdwijnt wanneer de tijd verstrijkt. De tijd is voorbij als de rode schijf geheel verdwenen is.
Doelen en voordelen van de Time Timer zijn hetzelfde als die van de kleurenklok.
 
 
 
 
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Symbolen verschaffen duidelijkheid, zodat het kind verantwoordelijkheid kan nemen voor de eigen keuzes. Daarnaast geven ze ook de mate van vrijheid aan.
zelfstandigheid
Kijkend naar het symbool kan het kind zelfstandig beslissingen nemen, zonder dat iets aan de leerkracht hoeft te worden gevraagd.
samenwerking
Door de symbolen te respecteren, houdt het kind rekening met anderen.
 
5.4 De taak
 
Misschien is de taak wel het bekendste element van het daltononderwijs.
Er is in de school een opbouw in het omgaan met de taak.
Die opbouw betreft onder andere
-           de tijd die aan de taak besteed wordt en de periode die hij      
            beslaat
-           de omvang van de taak
-           de onderdelen van de taak.
 
 
Taakperiode                                    
Men kan taken bedenken die een dagdeel betreffen en taken die een paar weken bestrijken, met daar tussenin een breed scala aan taakperiodes.
Op onze school wordt de taak vanaf groep 5 aangeboden in een weekoverzicht.
Er is een opbouw, waarbij dit eerst wordt gehanteerd als een aantal dagtaken naast elkaar en later als een weektaak, waarbij kinderen ook mogen verder werken aan opdrachten die bij een andere dag staan. Uiteindelijk vervalt ook de dagindeling als hulpmiddel bij het maken van een planning, en wordt de taakperiode uitgebreid tot een week. In schema
 
 
groep
taakperiode
klaar met de (deel)taak,dan .....
1
Kinderen krijgen als jongste kleuter 2 en als middengroeper 3 taakwerkjes per week.
Hiervoor wordt het magnetische takenbord gebruikt. Zie hieronder.
Na de administratie op het registratieformulier kiest het kind een andere activiteit.
 
2
Kinderen krijgen 4 taakwerkjes per week. De rol van de leerkracht wordt steeds kleiner. Kinderen nemen zelf meer verantwoording.
Hiervoor wordt het magnetische takenbord gebruikt. Zie hieronder.
Na de administratie op het registratieformulier kiest het kind een andere activiteit.
3
Van kern 1 t/m 6 van de methode VLL wordt er gewerkt met een planbord en dagtaak. Na kern 6 wordt er gestart met een weektaak (verplichte activiteiten). De dagtaak staat op het bord.
 Keuzewerk/kieskast
4
De opdrachten staan per dag genoteerd op het bord en moeten ook op die dag worden uitgevoerd. Als deze dagtaak af is, mogen ze aan de weektaak beginnen. Deze bestaat uit verplichte activiteiten en keuzewerk en staat op papier.
Keuzewerk
5
De opdrachten staan (als steun voor de kinderen) per dag genoteerd en worden in principe ook op die dag uitgevoerd.
Ze hebben een overzicht van de week.
Keuzewerk
6
De kinderen mogen zelf de volgorde van de opdrachten in de week bepalen. Bij het plannen wordt o.a. gebruik gemaakt van de dagkleuren per activiteit.
De volgorde waarin de opdrachten worden gemaakt is vrij.
Is de hele weektaak klaar, dan kiest het kind uit de extra opdrachten
7
De kinderen mogen zelf de volgorde van de opdrachten in de week bepalen. Bij het plannen wordt o.a. gebruik gemaakt van de dagkleuren per activiteit.
De volgorde waarin de opdrachten worden gemaakt is vrij.
Is de hele weektaak klaar, dan kiest het kind uit de extra opdrachten
 
8
De kinderen mogen zelf de volgorde van de opdrachten in de week bepalen. Bij het plannen wordt o.a. gebruik gemaakt van de dagkleuren per activiteit.
De volgorde waarin de opdrachten worden gemaakt is vrij.
Is de hele weektaak klaar, dan kiest het kind uit de extra opdrachten
De taak loopt voor de groepen 1 t/m 8 van maandag t/m vrijdag.
 
De vakken in de taak
Eigenlijk zijn alle vakken, misschien met uitzondering van bewegingsonderwijs, geschikt om op te nemen in de taak. Uiteraard is niet elke opdracht bruikbaar. Toetsen nemen we niet op in de taak. Deze worden alleen genoemd. Verder is de vulling van de taak ter beoordeling van de groepsleerkracht.
Keuzewerk is altijd een vast onderdeel van de basistaak. Zie verder bij "keuzewerk".
 
Omvang en inhoud van de taak: maatwerk
Hoewel de taak in eerste instantie lijkt op een serie opdrachten die voor alle kinderen van de groep hetzelfde is, is het toch zeker de bedoeling dat er maatwerk wordt geleverd.
Voor het ene kind kan de leerkracht besluiten de taak te verlichten en voor het andere kind kan hij besluiten om de te gemakkelijke onderdelen te vervangen door moeilijkere.
Vooral als de niveaus in de bovenbouw steeds verder uiteen gaan lopen, zal er steeds meer gebruik worden gemaakt van deze mogelijkheid.
In het omgaan met tempo- en niveauverschillen binnen de taak schuilt het vakmanschap van de leerkracht. De leerkracht maakt voor deze kinderen weektaken op maat.
 
Samenwerken in de taak
Omdat samenwerken een belangrijk aspect van het Daltononderwijs is, wordt er in vele situaties samengewerkt. Daarom staan er ook in de taak opdrachten waarbij samenwerken noodzakelijk is.
Kleuters:                      Via het takenbord doen de kinderen regelmatig samenwerkingsopdrachten.
Dit kunnen puzzel/lotto opdrachten zijn, bouwopdrachten en teken/knutselopdrachten.
Groep 3:                       Wekelijks staat er een samenwerkingsopdracht in de taak.
Soms staat deze opdracht in de methode en soms komt deze naar voren in het kieskastmateriaal
Groep 4 t/m 8:             In de methode komen wekelijks opdrachten voor waarbij de kinderen moet samenwerken. Dit wordt aangegeven op de weektaak.
 
Planning en notatie
Naarmate het kind meer vrijheid krijgt bij het plannen van zijn werkzaamheden, heeft hij/zij ook meer handvatten nodig om dit te kunnen doen. Ook moet voor leerkracht en kind zichtbaar zijn hoe ver hij gevorderd is.
Hiervoor worden de "hulpmiddelen" gebruikt.
  1. Vanaf groep 5  moeten de kinderen hun taak plannen. Ze moeten vooraf bepalen wanneer ze wat zullen doen. Ze geven hun planning aan in de dagkleuren, in de zogenaamde planningshokjes op de taak.
  2. Als een opdracht klaar is, dan wordt dit in de dagkleur afgetekend in een daarvoor bestemd aftekenhokje (“klaar”).
    Bij de kleuters op een registratieformulier, in groep 3 door het kleuren van het betreffende vakje (“klaar”) op het taakblad met een smiley en in groep 4 in wordt alleen het betreffende vakje gekleurd.
    Het kind kan zo de vorderingen in één oogopslag zien.
  3. In groep7 en 8 leren de kinderen, als voorbereiding op het voortgezet onderwijs, ook omgaan met een schoolagenda. Deze kopen ze zelf maar het gebruik ervan wordt samen geoefend.
  4. Op het taakblad noteren de kinderen ook, welk keuzewerk ze hebben gedaan.                                                                                 
Evaluatie en beoordeling
Evaluatie
Het leren van de vaardigheden die het kind nodig heeft om goed met de taak om te kunnen gaan, gaat niet altijd vanzelf.
Het is daarom nodig dat de leerkracht het proces van het taakwerken regelmatig met de kinderen bespreekt: "Voor welke problemen kwam je te staan en hoe heb je ze opgelost."
De leerkracht zal dit zowel groepsgewijs als individueel doen.
Het zal dan gaan over thema's als planning, samenwerken, netheid, inzet, zelfstandig problemen oplossen, rekening houden met elkaar en ga zo maar door.
 
Beoordeling
Het kind heeft ook recht op individuele feedback van de leerkracht.
In de kleutergroepen vindt dit plaats tijdens het werken of na de werkles.
In groep 3 wordt er gewerkt met smiley’s (door het kind zelf en door de leerkracht) zie bijlage weektaak groep 3.
Vanaf groep 4 geven de leerkracht en het kind een schriftelijke beoordeling op de week. In groep 4 mogen de kinderen bolletjes kleuren en vanaf groep 5 geven de kinderen zelf een beschrijving. Zie bijlage weektaak groep 4 tot en met 8.
 
Lay-out
De onderdelen die op de taakbladen van de verschillende groepen moeten voorkomen, en de opbouw daarin door de hele school heen, staan hierboven beschreven.
Daarnaast staat er altijd op:
            -           de naam van het kind,
            -           de datum en/of het weeknummer
            -           de spreuk van de week
            -           de dagkleuren
Voorbeelden van taken zijn bijgevoegd in een bijlage.
 
De Daltonaspecten binnen het taakwerken zijn legio. We noemen:
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Vrijheid in de eigen planning en de uitvoering daarvan. Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen gemaakte keuzes.
Vrijheid om wel of niet de instructie te volgen en de verantwoordelijkheid daarvoor dragen.
zelfstandigheid
Zelfstandig administreren.
Kritisch het eigen werk evalueren.
samenwerking
Opdrachten in tweetallen of grotere groepen uitvoeren.
Onderlinge hulp.

5.5 Takenbord kleuters
In de kleutergroepen (groepen 1 en 2) kennen we het planbord  
 
Op de bovenste rij van dit bord staat aangegeven welke taakwerkjes de kinderen die week moeten doen. Daaronder is er ruimte de naamkaartjes op te hangen. Het aantal vakjes geeft aan hoeveel kinderen voor deze activiteit kunnen kiezen.
 
Op de onderste twee rijen staan de keuzeactiviteiten. Ook hier geldt weer dat het aantal vakjes aangeeft hoeveel kinderen voor de activiteit kunnen kiezen.
 
Organisatie
Vanuit de kring mogen de kinderen kiezen. Ieder dagdeel mag een ander groepje kiezen. Dit wordt aangegeven met behulp van een kleurenklok (zie hoofdstuk 5.3).
Zij hebben een magneetje waar hun eigen symbool op staat. Dit mogen ze op het planbord hangen. Alle materialen die nodig zijn voor het maken van het taakwerkje zijn te vinden in de “rode kast”.
Als het kind voor een taakje kiest en deze af krijgt, mag het zijn / haar werkje afkleuren op het registratieformulier. Komt het niet af en moet er nog een keer mee verder gewerkt worden, dan kleurt het kind een half vakje in op het registratieformulier.
Is het taakje klaar, dan kiest het kind andere activiteit op het planbord..
 
De taken
De soorten taken zijn heel divers. Bijvoorbeeld werken met ontwikkelingsmateriaal, creatieve opdrachten, werken in een bepaalde hoek en oefeningen uit onze methode schrijfatelier (Novoscript). Voor groep 2 is er iedere week een taakwerkje dat te maken heeft met het voorbereiden schrijven, lezen of rekenen.
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Door het gebruik van het takenbord wordt door de kleuter het taakbesef geoefend. Het kind is er verantwoordelijk voor dat het zijn opdrachten af krijgt.
Daarbij heeft het de vrijheid om een opdracht vandaag of op een andere dag te doen.
zelfstandigheid
De keuze wordt in principe zelfstandig gemaakt, al zal het duidelijk zijn dat de leerkracht hierbij vaak nog een handje zal helpen.
Het zelfstandig "administreren" d.m.v. het kleuren van een vakje is voor sommige kleuters best nog wel moeilijk, maar vormt een goede voorbereiding op het werken met een taakblad vanaf groep 3.
Het zelfstandig pakken, schoonmaken en opruimen van materialen is een belangrijk element van het werken in de kleutergroepen.
samenwerking
De leerkracht zal bewust zoeken naar samenwerkingsopdrachten.
Daarnaast wordt er ook veel aandacht besteed aan het elkaar helpen en het delen van het materiaal.

5.6 (Zelf-)correctie
 
Kind en/of leerkracht
Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Dit geldt zowel voor de opdrachten die binnen de taak worden gedaan als voor opdrachten daarbuiten.
Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen:
  1. Het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Hij hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later terugkrijgt van de leerkracht.
  2. Het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan.
  3. Het geeft de kinderen hierdoor een beter inzicht in wat ze kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen van de leerkracht.
In de kleutergroepen is materiaal voorhanden dat zelfcorrigerend is.
In groep 3 is ook zelfcorrigerend materiaal aanwezig (zoals Tiptop). Verder zijn er nog weinig nakijkboeken voor handen. De “zonkinderen” kunnen bij de methode Veilig Leren Lezen al wel zelf wat nakijken.
In de hogere groepen wordt het zelf nakijken geleidelijk uitgebreid.
Het streven is, om de kinderen zo veel als mogelijk is en zo veel als zij aankunnen, zelf te laten corrigeren. De groepsleerkracht is degene die het beste kan inschatten welk werk in zijn groep er wel en welk er niet geschikt is om door de kinderen te laten nakijken.
Hierbij gelden de volgende afspraken:
  1. Toetsen worden door de leerkracht nagekeken.
  2. Regelmatig corrigeert de leerkracht het werk van alle kinderen om goed de vorderingen te kunnen bepalen.
  3. De leerkracht neemt steekproeven om te kijken of het corrigeren goed is gebeurd.
  4. Ook hier kan "op maat" worden gewerkt. Het ene kind geeft er blijk van al heel zelfstandig en goed te kunnen nakijken, terwijl de ander onzorgvuldig is of liever de antwoorden overschrijft. Dit laatste kind kan minder vrijheid aan en moet meer worden ondersteund en gecontroleerd.
  5. Ook andere correctievormen kunnen worden gebruikt, zoals nakijken in tweetallen, leerkracht en kind kijken ieder de helft na, klassikale correctie e.d.
 
"Corrigeren moet je leren"
Zelf nakijken vraagt een bepaalde houding van de kinderen.
De kinderen moeten zich realiseren dat je je werk nakijkt om er iets van te leren en niet om zoveel mogelijk "krulletjes" in je schrift te hebben.
Als leerkrachten moeten we ons realiseren dat we dit de kinderen moeten leren.
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen manier van corrigeren.
Hulp / uitleg vragen als je merkt dat er veel fouten zijn gemaakt.
zelfstandigheid
Zelfstandig nakijken.
samenwerking
In de varianten waarbij je elkaar of samen corrigeert.
 

5.7 Keuzewerk
 
Vrijheid betekent niet alleen dat het kind de volgorde binnen de taak mag bepalen, maar ook, dat ze aansluitend mogen kiezen wat ze gaan doen vanuit het aangeboden keuzewerk.
Keuzewerk is bij ons niet "even iets voor jezelf doen", het is ook niet uitloopwerk voor de snelle werkers en het is ook niet "even een spelletje doen".
Wanneer kinderen aan keuzewerk mogen gaan beginnen varieert van groep tot groep.
 
Keuzewerk is:
·                          een niet-vrijblijvende, educatieve activiteit;
de scheidslijn educatief - recreatief is niet altijd scherp te trekken (ganzenborden kan als telactiviteit heel educatief zijn in groep 3, maar niet meer in groep 6).
·                          een activiteit die de kinderen zelf mogen kiezen, afhankelijk van hun belangstelling,
·                          in de kleutergroepen staat keuzewerk elke dag op het planbord aangezien de kinderen hun eigen werk mogen kiezen naast de taakwerkjes. ’s Middags komt daar nog bij dat de kinderen ook activiteiten mogen kiezen die niet op het planbord staan. Dan is de keuze helemaal vrij.
·                          keuzewerk is in principe zelfcorrigerend, al zal de leerkracht ook hierbij volgen wat de leerlingen doen en welke kwaliteit ze leveren.
·                          ook binnen het keuzewerk zal ernaar gestreefd worden kinderen te laten samenwerken; samenwerkingsopdrachten worden met een symbool aangegeven.
 
Organisatie
In de groepen 1 en 2 is er een kieskast ( de “groene”kast) die wordt gebruikt bij de inloop, na het eten en drinken en tijdens de werkles. De inhoud van deze kast wisselt na een week.
In groep 3 zijn er bakken met opdrachten die verwijzen naar de kernen van Veilig Leren Lezen. Verder is er een kast met een wisselend aanbod waar de kinderen uit kunnen kiezen.
Er wordt gestreefd naar een ruim, gevarieerd keuzeaanbod. Vanaf januari wordt dit op de weektaak vermeld.
Vanaf groep 4 wordt het keuzewerk op de weektaak vermeld.
Er is een kieskast in elke klas aanwezig die eens per twee weken wisselt.
 
Inbreng leerlingen
De groepsleerkracht bepaalt de inhoud van de kieskast. Leerlingen kunnen, in overleg met
de leerkracht, suggesties doen ter invulling van de kieskast of een eigen initiatief
nemen.
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
De kinderen hebben de vrijheid om zelf te kiezen wat ze willen leren. Hun keuze moeten ze ook waarmaken. Ze zijn verantwoordelijk voor de uitvoering.
zelfstandigheid
Het maken van de keuze wordt zelfstandig gemaakt, zonder dat de leerkracht zich daarin mengt. Ook de uitvoering gebeurt zelfstandig. Op verzoek van de leerling zal de leerkracht helpen en suggesties geven.
samenwerking
Sommige opdrachten kunnen alleen samen gedaan worden. Bij andere bestaat de mogelijkheid om ze alleen of samen te doen.
 
5.8 Uitgestelde aandacht
 
Met uitgestelde aandacht bedoelen we een periode dat de leerkracht niet meteen beschikbaar is voor vragen en problemen van kinderen.
De twee belangrijkste redenen om te werken met uitgestelde aandacht zijn:
  1. Het biedt de leerkracht de gelegenheid om ongestoord met individuele of met kleine groepjes kinderen te werken.
  2. Kinderen leren in deze periode zelfstandig probleempjes op te lossen en zijn op elkaar aangewezen voor onderlinge hulp.                                       
 
Het schouder- of oogmaatje.
Het schoudermaatje is de leerling die naast je zit, links of rechts. Het oogmaatje is de leerling die tegenover je zit.
Als een kind wordt geconfronteerd met een probleem(pje) of een vraag heeft, waarbij het nu niet bij de leerkracht terecht kan, dan zal hij / zij in deze volgorde proberen een oplossing te vinden:
  1. goed zelf nadenken over mogelijke oplossingen,
  2. navraag doen bij het eigen schouder- of oogmaatje,
  3. navraag doen bij andere kinderen in de groep,
  4. zich via het blokjessysteem zoals dat hieronder wordt beschreven melden voor hulp bij de leerkracht.
Bij dit alles is het uiterst belangrijk dat het kind oplossingen zoekt die anderen zo weinig mogelijk storen.
 
Kinderen werken zelfstandig.
Dat betekent o.a. dat materialen die de kinderen nodig hebben voor hen beschikbaar zijn en dat zij de vrijheid hebben om eigen oplossingen te bedenken.
Regelmatig zal de leerkracht na afloop van de periode van zelfstandig werken kort met de kinderen evalueren hoe het is gegaan.
 
Symbolen en hulp in de periode van uitgestelde aandacht:
groep
symbool
organisatie van de hulp door de leerkracht
1
bloemenketting
 
Het fenomeen "uitgestelde aandacht" wordt hier geleerd en geoefend. Kinderen werken zelfstandig en communiceren met de “pinkstem”. De leerkracht heeft in deze tijd de gelegenheid om individuele of groepjes kinderen te helpen, om kleine kringetjes te maken (initiatief ligt dus bij de leerkracht), of observeert het proces.
2
bloemenketting
Idem                                                                         
3
rood/groen-blokje op de tafel
Ieder kind heeft een blokje dat hij op rood, groen ofop een vraagteken kan zetten. De leerkracht loopt op bepaalde tijden een rondje door de klas en helpt de kinderen die daar, middels  het blokje, om vragen.
4
rood/groen-blokje op de tafel
5
rood/groen-blokje op de tafel
Idem
6
rood/groen-blokje op de tafel
Idem
7
rood/groen-blokje op de tafel
Idem
8
rood/groen-blokje op de tafel
Idem
 
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
De vrijheid om zelf oplossingen te bedenken voor gerezen problemen. Tevens de verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan.
De vrijheid om hulp te zoeken en te geven.
zelfstandigheid
De hulp van de leerkracht wordt pas gegeven als niet het kind, maar de leerkracht daartoe het initiatief neemt..
samenwerking
Oplossingen door middel van samenwerken worden gestimuleerd.
 

5.9 Samenwerken
 
Wij vinden het van grote pedagogische waarde dat kinderen sociale vaardigheden opdoen.
Het samenwerken is daarom van grote betekenis.
Het coöperatief leren neemt hierbij een belangrijke plaats in bij ons op school. We hebben hiervoor een doorgaande lijn neergezet vanaf groep 1. Iedere groep werkt met vaste structuren die worden ingezet op onderstaande momenten.
We noemen:
In de taak
Zie hiervoor. Er worden bewust samenwerkingsopdrachten in de taak gezet.
In de instructielessen
Taal-, reken- en andere methodes doen vaak suggesties voor samenwerkingsopdrachten.
De leerkrachten zullen bewust samenwerkingsopdrachten opnemen in hun lesprogramma.
Binnen het bewegingsonderwijs
Ook hier zal worden gezocht naar werkvormen waarbij samenwerking nodig is. Veel sport- en spelvormen zijn hiervoor geschikt.
Binnen de creatieve vakken
Regelmatig worden er groepswerkstukken gemaakt. Jaarlijks zijn er enkele creatieve middagen waarbij kinderen van alle groepen samenwerken.
Als klas- of teambouwer:
We hebben de afspraak dat iedere groep eens per week een klassenbouwer doet en twee keer per week een teambouwer.
 
Bij deze werkvormen zal de leerkracht regelmatig een korte nabespreking houden over het samenwerkingsproces.
 
Samen werken
Er is een verschil tussen samenwerken (dit is samen aan een opdracht werken, zoals hierboven omschreven) en samen werken.
Met samen werken bedoelen we dat kinderen weliswaar individueel aan een opdracht werken, maar dat ze wel rekening met elkaar houden en elkaar helpen.
Rekening houden met elkaar houdt in, dat je elkaar niet stoort of afleidt tijdens het werk, maar ook, dat je je verantwoordelijk voelt voor het welzijn van je medeleerlingen en dat je je verantwoordelijk voelt voor de sfeer in de groep en de school als geheel. Pestgedrag hoort daar bijvoorbeeld niet bij, maar belangstelling voor een zieke klasgenoot en zorg voor een nette schoolomgeving wel.
Kinderen moeten het normaal vinden dat je elkaar helpt. Het is ook normaal dat je hulp vraagt.
Niet alle kinderen kunnen dit uit zichzelf. Dan moeten we het hen leren.
Tijdens het zelfstandig werken zal de leerkracht zich terughoudend opstellen t.o.v. de gebeurtenissen in de groep. Ook probleempjes in de sociale sfeer moeten de kinderen in eerste instantie proberen zelfstandig op te lossen.
Zie verder de afspraken coöperatief leren in de bijlage.
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Verantwoordelijkheid nemen voor de fysieke en sociale omgeving.
De vrijheid om hulp te zoeken en te geven.
zelfstandigheid
Zelfstandig hulp zoeken en hulp verlenen.
samenwerking
Duidelijk.
 
5.10 Materialen
De inrichting van de klassen moet zo zijn, dat de kinderen alle materialen die zij nodig hebben, zelfstandig kunnen pakken, eventueel weer schoonmaken, en opruimen.
 
Vooral in de kleutergroepen ligt er nadruk op deze vorm van zelfstandigheid.
 
In de daarop volgende groepen wordt dit voortgezet.
Als een kind bijvoorbeeld een nieuw schrift nodig heeft, dan hoeft het dat niet eerst aan de leerkracht te vragen en materialen als potloden, papier, boeken en scharen hebben ze in hun groepsbakje of kunnen ze eenvoudig zelf ophalen.
 
Bij het zelf pakken van wat je nodig hebt, geldt een uitzondering voor zaken die mogelijk gevaar opleveren (bijv. snijmachine), of die relatief duur zijn (bijv. bepaalde creatieve materialen) of waarvan er maar weinig beschikbaar zijn (computers). De leerlingen mogen alleen zelf geen materialen halen uit de magazijnen.
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
De vrijheid om zonder te vragen materialen te gebruiken die nodig zijn.
Verantwoordelijk voor het goede gebruik van materialen.
zelfstandigheid
Zelf bepalen wat nodig is en dat zelf halen.
samenwerking
Ook een ander moet de spullen weer gebruiken, dus laat het schoon achter, maak niet alles op en overleg over het gebruik van schaarse spullen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
     5.11   Werkplekken
 
De kinderen hebben een zekere vrijheid in het kiezen van een werkplek in de school.
 
Doordat er met een taak wordt gewerkt, zijn kinderen in het klaslokaal vaak gelijktijdig bezig met verschillende opdrachten.
Hier zitten kinderen samen te werken, daar krijgt een groepje extra uitleg van de leerkracht en weer ergens anders maakt iemand een creatieve opdracht in het kader van keuzewerk.
 
In een daltonschool zal een kind (moeten) wennen aan een zeker "werkgeruis", maar het kan er ook voor kiezen een rustige werkplek op te zoeken.
 
Voorbereiding bij de kleuters
In de kleutergroepen is het werken in steeds verschillende hoeken vanzelfsprekend. Sommige hoeken bevinden zich in de hal. Dit is een hal waar beide kleutergroepen op aansluiten met de klas.
Door kinderen er aan te wennen ook in de hal te werken, waar ook anderen langs komen en zitten te werken, worden de kinderen voorbereid op het latere zelfstandig werken in ruimtes waar de leerkracht niet steeds aanwezig is.
Groep 3 t/m 8:
Ook groep 3 heeft werkplekken in de onderbouwhal. Op dit moment heeft groep 4 niet de beschikking over een hal maar is er een werkplek gecreëerd op de gang. Voor bepaalde activiteiten kan groep 4 altijd gebruik maken van de middenbouwhal en/of de bovenbouwhal. Hier zijn groepstafels opgesteld waar de kinderen samen aan een opdracht kunnen werken. Ook nemen de computers een prominente plaats in. Iedere groep heeft brede vensterbanken. Deze vensterbanken dienen ook als werkplek. Met behulp van houten schotjes kunnen de kinderen voor zichzelf rust creëren. Tenslotte hebben de groepen, als de ruimte het toelaat, nog de beschikking over een groepstafel in de klas.
 
                       
 
 
 
Belangrijkste werkafspraak
De belangrijkste werkafspraak die overal in de school geldt, of je nu in het lokaal zit te werken of ergens anders, luidt:
"Je mag elkaar niet storen."
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
De vrijheid om zelf de werkplek te bepalen.
De verantwoordelijkheid om zijn werk te maken en dus om een gunstige werkplek te kiezen, ligt in principe bij het kind.
zelfstandigheid
Bij het maken van deze keuze moet het kind aanvankelijk met de leerkracht overleggen, maar uiteindelijk maakt het deze keuze zelfstandig.
samenwerking
In het "je mag elkaar niet storen" is één van de belangrijkste aspecten van het samenwerken samengevat.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
5.12 De kring
 
In alle groepen wordt in meer of mindere mate gewerkt met een "kring".
Het woord kring kent twee betekenissen.
  1. een organisatievorm, een opstelling van het meubilair,
  2. een werkvorm, een manier van communiceren. (hoeft niet altijd in een kringopstelling plaats te vinden)
 
Enige gedachten over de toepassing van de kring op onze school:
·         In alle groepen wordt de week geopend met een gesprek, al dan niet in een kringopstelling. Een dergelijke kring moet vooral niet te lang duren, omdat veel kinderen passief zijn en het voor veel kinderen een minder boeiende activiteit is. De leerkracht kan er ook voor kiezen om te werken met een “kleine kring”. De kinderen kiezen dan zelf of ze willen vertellen of niet. De rest van de groep gaat op die momenten zelfstandig aan het werk met de taak. Als werkvorm kan hierbij ook gekozen worden voor de “binnen/buiten kring”. Bij deze manier zijn alle kinderen actief aan het vertellen en luisteren. (zie bijlage coöperatief leren)
·         In de groepen 1 en 2 wordt er gewerkt met een kleine en grote kring. De kleine kring vindt iedere ochtend plaats tijdens de gebonden inloop. Dan wordt er instructie/ een les gegeven op verschillende vakgebieden, preteaching en extra hulp/instructie. Ook vinden de kleine kringetjes ’s middag tijdens de werkles plaats. De "kleine kring" is een effectief middel waarin kinderen leren met elkaar te communiceren en waarin de leerkracht instructie kan geven in kleine groepjes waardoor de betrokkenheid wordt vergroot. Iedere ochtend is er een grote kring vanaf 9.00 uur. Elke leerling heeft zijn eigen plek. Dan wordt de dag geopend, absenten genoteerd, onze methode Trefwoord wordt behandeld, de dagritmekaarten worden doorgenomen enz. Verder starten we iedere middag in de grote kring. Dan vinden diverse activiteiten plaats als taal, rekenen, voorlezen, muziek, drama enz.
·         Verder kiest iedere leerkracht zelf om een bepaalde activiteit al dan wel of niet in de kring te laten plaatsvinden.
 
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Het kind is verantwoordelijk voor het naleven van de kringregels en zo voor de goede sfeer in de groep.
zelfstandigheid
Op maandagochtend kunnen kinderen zelfstandig kiezen voor deelnamen aan de kring.
Kinderen die niet deelnemen aan deze kring werken dan zelfstandig.
samenwerking
Het is voor het samenwerken van groot belang dat kinderen leren communiceren (duidelijk je gedachten verwoorden en leren luisteren naar elkaar). Deze vaardigheid worden geoefend in de kring.

5.13 Zorg voor klas, school en schoolomgeving
 
Verantwoordelijkheid dragen door kinderen, betekent ook, dat zij zorg leren hebben voor hun fysieke omgeving: de klas, de school als geheel en het terrein om de school heen.
 
Hulpjes / klassendienst in de klas
In alle groepen hebben de kinderen bij toerbeurt een taak om de leerkracht te assisteren bij allerlei dagelijkse zaken (boeken uitdelen e.d.) maar ook om (in beperkte mate uiteraard) te helpen opruimen en schoonmaken van het lokaal. Bij de kleuters noemen we dat de helpende handjes, in de andere groepen klassendienst.
 
 
In de school
In de school zijn schoolregels van kracht, waarin ook het netjes houden van de algemene ruimtes is opgenomen. Wij zullen de kinderen erop aanspreken dat ook zij verantwoordelijk zijn voor hun werkomgeving.  
 
 
In en om de school
De kinderen van de hoogste groepen helpen jaarlijks onder leiding van een leerkracht, klusjes in de school te verrichten. Dit varieert van het klaarzetten van een podium tot het uitvoeren van klusjes in de keuken.
 
Daltonaspecten
vrijheid / verantwoordelijkheid
Al deze activiteiten zijn gericht op het stimuleren van het verantwoordelijkheidsgevoel.
zelfstandigheid
 
samenwerking
De hier genoemde activiteiten vinden allemaal in groepjes, meestal tweetallen, plaats, zodat er altijd "werkoverleg" nodig zal zijn.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
6.   Informatie en Rapportage
 
De Leer is een daltonschool en dat wordt uitgedragen naar ouders en kinderen, maar ook naar stagiaires en invalleerkrachten.
Algemene informatie over het onderwijs op onze school wordt kenbaar gemaakt op de volgende manieren:
·         informatieavonden van de groepen
·         voorlichting aan aspirant-ouders.
·         de schoolgids
·         het schoolplan
·         de schoolkalender
·         dit daltonbeleidsplan
·         de weekbrief voor de ouders
·         open dagen, b.v. op de nationale daltondag.
·         De daltonkijkochtend. Ouders worden 1 keer per jaar in de gelegenheid gesteld om in andere groepen (dan waar hun eigen kind zit) het daltononderwijs te bekijken en na afloop te bespreken met directie en daltoncoördinator.
·         een flyer met korte duidelijke uitleg over hoe daltononderwijs op onze school wordt vormgegeven.
 
De vaardigheden die kinderen op een Daltonschool dienen te ontwikkelen, worden ook gerapporteerd aan de ouders van de individuele kinderen.
·         tijdens spreekavonden. Het eerste spreekuur van het schooljaar is gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Hierbij worden de daltonvaardigheden expliciet besproken.
·         tijdens evaluatie van de weektaak. De weektaken gaan op vaste momenten mee naar huis en komen getekend en eventueel voorzien van opmerkingen van ouders, weer mee terug.
·         in het rapport van de kinderen: een aparte pagina voor de daltonaspecten. (zie bijlage rapport)
 
Het is belangrijk om de kinderen regelmatig te herinneren aan het hoe, maar ook het waarom van de werkwijze op onze school.
De groepsleerkracht brengt regelmatig tijdens evaluatie van weektaken en de wijze van samenwerken, de Daltonprincipes onder de aandacht.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
7. Daltonbeleidsvoornemens 2007-2011
 
In dit hoofdstuk komen de daltonbeleidsvoornemens aan de orde die wij in de komende beleidsperiode van vier jaar willen realiseren. De beleidsvoornemens en verbeterpunten zijn gedestilleerd uit de volgende meetinstrumenten:
-          Periodiek Kwaliteits Onderzoek inspectie
-          Ouderenquête
-          Leerkrachtenquête
-          Quickscan van de WMKPO
-          Trendanalyses 2006-2007
-          RIenE
 
Maar ook vanuit eigen metingen / doelen
-          Daltonbeleid
-          Onderwijskundige ontwikkelingen
-          ICT-ontwikkelingen
 
 
Beleidsvoornemen : Daltoncertificering personeel van De Leer
 
2007-2008
 
betrokkenen
Alle teamleden en directie
inhoud
Dit is het tweede jaar in het tweejarige daltonnascholingstraject verzorgt door Saxion Hogeschool te Deventer. Doelstelling is kennis nemen van en verdiepen in de diverse daltonaspecten. Tijdens het eerste jaar is het team opgedeeld in een drietal DOPgroepen. Dit jaar ontwikkelen de groepen zich verder waarbij aan het eind van het schooljaar een eindpresentatie volgt voor het hele team. ( Dopgroep 1: Verhalend ontwerpen,
                         Dopgroep 2: Daltonwerkwijzen met bestaande methodieken, 
                         Dopgroep 3: Daltonbeleidsplan (eventueel flyer)
tijdsplanning
Gedurende dit schooljaar 3 studiemiddagen en een verzilveringsmiddag.
Meting,
Tevreden als..
Als alle bijeenkomsten qua inhoud naar tevredenheid hebben kunnen plaatsvinden. Als als alle DOPgroepen inhoud hebben kunnen geven aan de opdracht waarvoor gekozen is. Als alle deelnemers aan het einde van dit schooljaar gecertificeerd daltonleerkracht zijn!
 
 
 
 
Beleidsvoornemen : Voorbereiding op de daltonvisitatie 2008
 
2007-2008
 
betrokkenen
Team en directie
inhoud
Tijdens klassenbezoeken zal aan de hand van de indicatorenlijst visitatie van de Nederlandse Dalton Vereniging bekeken worden, middels een interne audit door de directeur, of de gewenste ontwikkeling sinds de vorige visitatie heeft plaats gevonden. Tevens zal er gekeken worden of de toen aangegeven actiepunten inmiddels plaatsgevonden hebben en zijn uitgevoerd. Uitkomsten zullen besproken worden tijdens teamvergaderingen en wellicht leiden tot het zetten van het puntje op de i, of voortzetting/verbetering van huidige werkwijzen.
tijdsplanning
Najaar 2007 tijdens 8 klassenbezoeken
Meting,
Tevreden als..
Als de audit gegevens / aandachtpunten oplevert ter verbetering / verfijning van de daltonwerkwijzen op de Leer, ter voorbereiding op de visitatie 2008
Als blijkt dat actiepunten van toen geleid hebben tot de gewenste effecten.
Als onze inzet leidt tot een verlenging van ons predikaat voor wederom 5 jaar
 
 
2008-2009
 
Betrokkenen
Team, directie en visitatiecommissie van de NDV
Inhoud
De eerste visitatie na de certificering
Tijdsplanning
Gedurende 1 dag in 2008
Meting, tevreden als…
Als het predikaat verlengd wordt tot 2013
Als er waardevolle actiepunten uitkomen om mee verder te kunnen groeien.
 
 
2009-2010
 
Betrokkenen
Team, daltoncoördinator en directie
Inhoud
daltonbeleidsplan verder ten uitvoer brengen
Tijdsplanning
Nader te bepalen
Meting, tevreden als…
Nader te bepalen
 
 
2010-2011
 
Betrokkenen
Team, daltoncoördinator en directie
Inhoud
daltonbeleidsplan verder ten uitvoer brengen
Tijdsplanning
Nader te bepalen
Meting, tevreden als…
Nader te bepalen
 
Beleidsvoornemen : Leerstrategieën
 
2007-2008
 
betrokkenen
Teamleden
inhoud
Leerkrachten zijn alert op het tegenkomen van leerstrategieën en of schema’s in de praktijk van alle dag. Deze schema’s worden bewaard bij de coördinator van de bouw. Waar mogelijk maakt men op eigen initiatief al gebruik van deze strategieën.
Leerkrachten expliciteren de les- en leerdoelen voorafgaand aan iedere les en kijken aan het eind van de les met de kinderen terug op de realisatie hiervan.
tijdsplanning
Schooljaar 2007-2008
Meting,
Tevreden als..
Als er al een kleine verzameling ontstaat in elke bouw.
Als het expliciteren van les- en leerdoelen en evaluatie te zien is bij klassenbezoeken.
 
 
2008-2009
 
Betrokkenen
Teamleden
Inhoud
Leerkrachten zijn alert op het tegenkomen van leerstrategieën en of schema’s in de praktijk van alle dag. Deze schema’s worden bewaard bij de coördinator van de bouw. Waar mogelijk maakt men op eigen initiatief al gebruik van deze strategieën. Leerkrachten expliciteren de les- en leerdoelen voorafgaand aan iedere les en kijken aan het eind van de les met de kinderen terug op de realisatie hiervan.
Tijdsplanning
Schooljaar 2008-2009, tijdens een bouwvergadering als agendapunt.
Meting, tevreden als…
Als het arsenaal strategieën iets uitgegroeid is en een vorm bedacht is waarop wij de strategieën kunnen inzetten in de diverse groepen
 
 
2009-2010
 
Betrokkenen
Teamleden, werkplekstudenten
Inhoud
In samenspraak met de werkplekstudenten ( ontwikkelthema voor de school) de leerstrategieën uitwerken tot een waardevol systeem van handelingswijzers voor onze leerlingen. Leerkrachten expliciteren de les- en leerdoelen voorafgaand aan iedere les en kijken aan het eind van de les met de kinderen terug op de realisatie hiervan.
 
Tijdsplanning
2009-2010
Meting, tevreden als…
Als er een werkbare vorm gekozen is die effect heeft bij kinderen.
Als het bij teamleden een vanzelfsprekende attitude geworden is te verwijzen naar de strategieënwijzer en les- en leerdoelen te bespreken en te evalueren.
 
 
2010-2011
 
Betrokkenen
Teamleden
Inhoud
Gebruiken van leerstrategieën,
Leerkrachten expliciteren de les- en leerdoelen voorafgaand aan iedere les en kijken aan het eind van de les met de kinderen terug op de realisatie hiervan.
Tijdsplanning
Schooljaar 2010 en verder
Meting, tevreden als…
Zichtbaar tijdens klassenconsultatie
 
Beleidsvoornemen : MI, Meervoudige Intelligentie
 
2007-2008
 
betrokkenen
 
inhoud
 
tijdsplanning
 
Meting,
Tevreden als..
 
 
 
2008-2009
 
Betrokkenen
 
Inhoud
 
Tijdsplanning
 
Meting, tevreden als…
 
 
 
2009-2010
 
Betrokkenen
Team en directie
Inhoud
Kennis nemen van meervoudige intelligentie door scholing, en kijken naar mogelijkheden om dit in te zetten tijdens de lessen / leskisten / etc.
Tijdsplanning
2009-2010
Meting, tevreden als…
Als het team weet wat de meerwaarde van meervoudige intelligentie kan zijn voor leerlingen van onze school.
Als er ideeën zijn hoe we MI effectief kunnen inzetten in onze school, passend binnen de doelstellingen van daltononderwijs
 
 
2010-2011
 
Betrokkenen
Team, directie, werkplekstudenten
Inhoud
Meervoudige intelligentie toepassen binnen de diverse vakgebieden, bijvoorbeeld door het inzetten van leskisten / digitaal schoolbord / MIkaarten via PC / internet
Tijdsplanning
2010-2011
Meting, tevreden als…
Als MI een vaste plaats krijgt binnen het gegeven onderwijsaanbod van De Leer
 
Beleidsvoornemen : Dagritmekaarten
 
2007-2008
 
betrokkenen
Team en directie
inhoud
Dagritme kaarten voor alle groepen
tijdsplanning
Schooljaar 2007-2008
Meting,
Tevreden als..
In alle groepen in opeenvolging van moeilijkheidsgraad dagritmekaarten hangen ter ondersteuning van de planning van kinderen
 
 
2008-2009
 
Betrokkenen
 
Inhoud
 
Tijdsplanning
 
Meting, tevreden als…
 
 
 
 
Beleidsvoornemen : coöperatief leren
 
2007-2008
 
betrokkenen
Team
inhoud
Het vaststellen van een opbouw in coöperatieve werkvormen die structureel in het onderwijsaanbod ingezet worden
tijdsplanning
Schooljaar 2007-2008
Meting,
Tevreden als..
In alle groepen in opeenvolging van moeilijkheidsgraad coöperatieve werkvormen op kaarten hangen ter ondersteuning van de planning en uitvoering door leerkracht en leerlingen
Als leerkrachten de werkvormen inzetten volgens afspraak.
Als de kinderen de werkvormen zonder extra uitleg aan het einde van een schooljaar kunnen toepassen
 
 
2008-2009
 
Betrokkenen
Team, leerlingen
Inhoud
Coöperatieve werkvormen
Tijdsplanning
Schooljaar 2008-2009
Meting, tevreden als…
De coöperatieve werkvormen dagelijks onderdeel vormen van ons onderwijsaanbod.
De meerwaarde ervan wordt ervaren
De kinderen aan het eind van elk schooljaar het arsenaal aan werkvormen vergroot hebben
De kinderen zonder extra uitleg de diverse werkvormen kunnen toepassen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
8. Verdere ontwikkelingen
 
8.1 Ontwikkelingsonderwerpen op korte termijn
 
In de versie van dit daltonboek dat nu voor u ligt, wordt de stand van zaken beschreven zoals die medio 2008 is.
·         Het team zit aan het einde van een 2 – jarig nascholingstraject, en de verwachting is dat een ieder na afloop dalton “gecertificeerd” leerkracht is.
·         We maken de afspraak dat nieuwe leerkrachten na een jaar van inwerken de dalton nascholing moeten volgen om ook gecertificeerd te zijn.
 
8.2 Daltoncoördinator, een taak in ontwikkeling.
 
In de regio Oost heeft de DON samen met Dalton Deventer en medewerkers van Iselinge een scholingstraject voor haar Daltoncoördinatoren opgezet. (2006-2008) In overleg met het bestuur van de DON is besloten een scholingsaanbod op te zetten, waarbij weliswaar sprake zou zijn van een deels cursorisch aanbod, maar waarin vooral ook geleerd zou worden via verschillende vormen van intervisie. Uiteindelijk is vanuit de cursus een intervisienetwerk van daltoncoördinatoren ontstaan.
 
Taakomschrijving
  • het bewaken van het dalton gedachtegoed: het ontwikkelen en borgen van de dalton kwaliteit en –kenmerken van het onderwijs; doorgaande lijnen in de school, ook bij wisselingen van personeel, het schrijven en bijstellen van een dalton beleidsplan.
 
  • het coachen c.q. begeleiden van collega’s, onder andere door het begeleiden van nieuwe leerkrachten, enthousiasmeren van zittende leerkrachten, klassenbezoeken en –consultatie.
 
  • initiatieven ontplooien om samen verbeterdoelen vast te stellen, onder andere naar aanleiding van de visitatieadviezen, maar ook op basis van nieuwe inzichten in de literatuur, nieuwe ontwikkelingen elders, een periodieke sterkte-zwakte-analyse..
 
  • Nieuwe kennis in het team inbrengen, onderzoeken welke scholingen voor het team wenselijk zijn, eventueel zelf of met collega’s interne scholing verzorgen
 
8.3 De leerkracht
 
Het Daltononderwijs van een school laat zich maar voor een deel vastleggen in afspraken.
Het belangrijkste is en blijft altijd de persoon van de leerkracht. Deze moet "Dalton tussen de oren " hebben. Dat is een bepaalde houding ten opzichte van kinderen en ten opzichte van het onderwijs.
Een houding die zich erdoor kenmerkt dat je bijvoorbeeld kinderen geen oplossingen voorkauwt, dat je ze stimuleert zelf na te denken over problemen, dat je oog hebt voor werkvormen die samenwerking bevorderen, dat je hier en daar een stapje terug wilt doen om kinderen de gelegenheid te bieden om zelf verantwoordelijkheid te dragen en ga zo maar door.
De persoon van de leerkracht is het hart van het (Dalton)onderwijs.
 
 
 
8.4 Klassenbezoeken
 
1)Jaarlijks vinden er door de directeur klassenbezoeken plaats. De klassenbezoeken gaan vooraf aan de functioneringsgesprekken.
Vooraf wordt een onderwerp afgesproken waarop specifiek gekeken zal worden.
 
2003-2004 klassen inrichting en materialen
2004-2005 pedagogisch klimaat
2005-2006 gedifferentieerde instructie
2007-2008 vrijheid/zelfstandigheid/samenwerken
2008-2009 coöperatieve werkvormen
2008-2009 …..
 
2) Het is de bedoeling dat de daltoncoördinator ook jaarlijks een klassenbezoek aflegt speciaal in het teken van dalton. Deze worden nabesproken met de betreffende leerkracht en de directeur
Omdat we in schooljaar 2008-2009 starten met een nieuwe daltoncoördinator i.v.m. het vertrek van de vorige, moet bekeken worden of dat in het eerste jaar al haalbaar is.
 
3) Ook de IB-er zal jaarlijks klassenbezoeken afleggen. Dit zal in het teken staan van zorg. De klassenbezoeken worden nabesproken met de directeur.  
 
 
8.5 Functioneringsgesprekken en dalton
 
Jaarlijks worden er op De Leer met alle leerkrachten functioneringsgesprekken gehouden.
Een keer in de 4-6 jaar ondergaan de leerkrachten een 360 graden feedback specifiek voor de dalton leerkracht. (Vinab)
De dalton competenties zitten in de vraagstelling van de diverse onderdelen verwerkt.
In de bijlage l ees je de certificeringseisen voor leraren basisonderwijs t.a.v. dalton.
 
1. Interpersoonlijk competent
Een Dalton-leraar die interpersoonlijk competent is, heeft persoonlijk contact zowel met het individuele kind als met groepen van kinderen waarmee hij werkt. Hij zorgt voor een prettig leef- en werkklimaat en heeft waardering voor en erkent de individuele verschillen in ontwikkeling en ontplooiing van ieder kind. De leraar stemt zijn handelen af op wat kinderen bezig houdt vanuit de pedagogiek met betrekking tot de Daltonprincipes. Hij kan omgaan met de dynamiek van een heterogene groep. Een groepssamenstelling die eventueel gebaseerd is op leeftijd, interesse en/of niveau.
 
 
2. Pedagogisch competent
Een Dalton-leraar die pedagogisch competent is, weet dat hij werkzaam is in een situatie waarin onderwijs en opvoeding met elkaar zijn verbonden, waarbij hij vertrouwen heeft in de potentiële mogelijkheden van het kind. Hij zorgt voor een veilige leeromgeving waarbinnen uitdaging, vertrouwen, veiligheid en opvoeding tot zelfstandigheid tot uitdrukking komen. Hij kan werken in een heterogene groep en onderschrijft de waarde ervan. Een groepssamenstelling die eventueel gebaseerd is op leeftijd, interesse en/of niveau.
 
 
3. Didactisch competent
Een Dalton-leraar die didactisch competent is, ontwerpt een uitnodigende, krachtige leeromgeving in zijn groep en zijn lessen.
 
 
4. Organisatorisch competent
Een Dalton-leraar die organisatorisch competent is, beschikt over managementcapaciteiten die het geïndividualiseerde werken in een heterogene groep mogelijk maakt. Hij zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in de groep.
 
 
5. Competent in samenwerken met collega's
De leraar moet ervoor zorgen dat zijn werk en dat van zijn collega’s op school goed op elkaar zijn afgestemd. Hij moet ook bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie. Daarom moet hij competent zijn in het samenwerken met collega’s. De Dalton-leraar die competent is in het samenwerken met collega’s, levert zijn bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op de school, aan de goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie.
 
 
6. Competent in samenwerken met de omgeving
Een Dalton-leraar die competent is moet contacten onderhouden met personen en instellingen buiten de school. Hij moet ervoor zorgen dat zijn professionele handelen en dat van anderen buiten de school goed op elkaar zijn afgestemd. Bovendien moet hij eraan meewerken dat de samenwerking van de school met andere instellingen, stage- en leerbedrijven goed verloopt. Daarom moet hij competent zijn in het samenwerken met de omgeving van de school.
 
 
7. Competent in reflectie en ontwikkeling
Een Dalton-leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt voortdurend na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid met als doel zich te ontwikkelen.
 
8.6 Overige instanties, organisaties, ontwikkelingen van belang voor De Leer
 
Dalton Oost Nederland
De Leer is aangesloten bij Dalton Oost Nederland
De directeur bezoekt jaarlijks de bijeenkomsten van de Dalton Oost Nederland groep.
De Nederlandse Dalton Vereniging heeft diverse regiogroepen die actief zijn.
De daltoncoördinator is binnen de DON actief bij coördinatorenbijeenkomsten en intervisiegroepen.
 
Daltonsymposium Deventer
Een keer per twee jaar bezoeken de directeur en de daltoncoördinator het landelijke daltonsymposium.
Een enkele keer wordt er voor gekozen hier met het hele team aan deel te nemen.
 
Daltonvisiteur
De directeur van de Leer maakt deel uit van het landelijke visitatieteam van de Nedelandse Dalton Vereniging. Jaarlijks visiteert zij een of meerdere daltonscholen.
Na afloop volgt er een terugkoppeling in het team van alle opgedane ideeën.
Zij volgt jaarlijks de visiteursbijeenkomsten in Deventer.
 
Nationale daltondag
Jaarlijks, in de maand maart is de nationale daltondag. Op deze dag besteden wij aandacht middels een artikel in de krant over daltononderwijs, en houden wij een opendag. Zo geven wij meer bekendheid aan deze ondewijsvorm en tevens PR voor onze school.
Het draaiboek voor deze dag is als volgt:
Activiteit
Nodig
wie
O.R. vragen koffie schenken tussen 11.30 en 12.30 uur met iets lekkers
Koffie
Cake of koekjes
Ranja
 
Posters maken
Papier
 
Lijst posterplaatsen
lijst
 
Posters ophangen
 
 
Grote daltonvlag ophangen
Grote daltonvlag
 
Schoolspandoek op hek bij school
schoolspandoek
 
Kleine daltonvlag op hek
Kleine daltonvlag
 
Stickers naam medewerkers/l.l.gr 8
Stickervellen
 
Flyers
papier
 
Schoolgidsen / daltoninfo
 
 
Beeldmateriaal
Film / foto
 
Techniektentoonstelling
Techniekkast
 
Daltontentoonstelling bij tentoonstellingsruimte
Kleine daltonvlag, boeken over daltononderwijs,
Foto van Hellen Parkhurst ( lijstje)
Daltoncertificaat
 
Uitleg leerlingen groep 8
 
 
Artikel in Contact
Interview met Baakman
 
Film van Dalton
Via www.dalton.nl op computer of digibord gr 8
 
Tekst op ramen school
Open huis datum/tijd
Letters en cijfers
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
9.   Bijlagen
 
·         Registratieblad van groep 1 en groep 2
 
Weektaken van:
·         groep 3
·         groep 4
·         groep 5
·         groep 6
·         groep 7
·         groep 8
 
·         Afspraken coöperatief leren
 
·         9-veld
 
·         Daltonaspecten van het rapport
 
·         SEO-formulier
 
·         Websites
 
 
Op deze site van de Nederlandse Dalton Vereniging is informatie te vinden onder vier doelgroepen: ouder, student, docent, schoolleider of als verenigingslid.
De Nederlandse Dalton Vereniging is de organisatie waarbij alle (aspirant) Daltonscholen zijn aangesloten.
Dit is de website voor daltonactiviteiten van de Academie voor Pedagogiek en Onderwijs, ook wel APO. Deze academie maakt deel uit van Saxion Hogeschool IJselland in Deventer. Binnen de academie is een team van opleidingsdocenten actief op het terrein van het Daltononderwijs.

Tot de kernactiviteiten behoren
- kennis  van het Daltononderwijs te ontwikkelen, te verspreiden. Dit in samenwerking met de          kenniskring van het Daltonlectoraat, www.daltonplan.nl
- het begeleiden van leerkrachten die werkzaam zijn in het Daltononderwijs
- het ondersteunen / begeleiden van vo en po-scholen in hun ontwikkeling tot (of als) daltonschool
- het organiseren van het landelijk Daltoncongres voor de NDV
- het scholen van vo en po-visiteurs van de Nederlandse Daltonvereniging
- het verzorgen van workshops in binnen- en buitenland
- het opleiden van studenten  voor het daltoncertificaat
De informatieve site van het daltonlectoraat, direct gelieerd aan DaltonDeventer.